Oude ladenkasten met eventueel verborgen luiken of vakken, aktentassen uit vervlogen tijden die in een hoekje op zolder lagen, een berghok boordevol rommel dat wordt opgekuist, een vergeeld papiertje dat uit een boek valt. Allemaal locaties waar men bierrecepten heeft teruggevonden uit tijden toen voorgaande generaties nog een brouwerij bezaten. Veel van die bieren uit de jaren voor of kort na de Eerste Wereldoorlog worden nieuw leven ingeblazen en voorgesteld als de tripel, de quadrupel of het sterk blonde bier dat reeds door de voorouders werd gebrouwen.
Klinkt mooi, maar daarmee houdt het verhaal ook op want bierstijlen die vandaag populair zijn, vinden hun oorsprong pas veel later dan men laat uitschijnen. Vandaar een korte tijdreis door de geschiedenis van de Belgische bierwereld met cruciale periodes of jaartallen waarin bepaalde bierstijlen werden gecreëerd. Aanvankelijk waren het alleenstaande bieren, in de loop der jaren werden zij geïmiteerd en vormden zij een eigen bierstijl.
Wil je het volledige verhaal achter deze bierstijlen kennen, lees dan het boek ‘Iconische Belgische bierstijlen‘ (uitgeverij Lannoo, juni 2026, 39,99 euro) dat ik samen met Jef Van den Steen en Ben Vinken heb geschreven.
14e-16e eeuw: lambiek en witbieren
Daartoe behoren onder meer lambiek– en tarwe- of witbieren waarvan de geschiedenis terug gaat tot de vijftiende eeuw. Denk maar aan de kanttekening in een stadsrekening van Halle uit 1559 waar de samenstelling van lambiek wordt vermeld, hoewel de benaming lambiek pas op het einde van de achttiende eeuw wordt gebruikt.

Witbier is zo mogelijk ouder met een herkomst tot in de tweede helft van de veertiende en de eerste helft van de vijftiende eeuw toen er in Brabant een overschot aan tarwe was. Na de sluiting van de laatste Hoegaardse brouwerij in 1957 verdween het witbier uit beeld tot Pierre Celis het segment in 1966 herintroduceerde.
1364 en 1991: Vlaamse roodbruine bieren
Zowel het verdrag van Verdun (843) als de Novus Modus Fermentandi Cerevisiam (1364) liggen aan de basis van de Vlaamse roodbruine bieren die destijds hoofdzakelijk werden gebrouwen met gruit terwijl men als bewaarmethode opteerde voor verzurende vergisting en het versnijden van oude en jong bier. De Vlaamse roodbruine bieren werden tot einde twintigste eeuw gerekend tot de klassieke, bruine gerstbieren. In 1991 roemt de Britse bierauteur Michael Jackson hen voor het eerst als een aparte bierstijl.

16e eeuw en 1936-1959: Belgische gerstewijnen
Belgische gerstewijnen of zwaar donkere bieren met een wijnachtige veroudering gaan terug tot zestiende eeuws vakmanschap toen Antwerpen de grootste Europese invoerhaven van suikerriet was en het werd verwerkt tot kandijstroop en -suiker die werd toegevoegd aan het wortbeslag om bier zachtzoetig, beter doordrinkbaar en sterker te maken. Geïnspireerd door de ingevoerde, achttiende eeuwse Engelse porters en brouwmethoden werd de bierstijl verder ontwikkeld tot ‘vin d’orge’ in tegenstelling tot ‘barley wine dat een variante is op de Engelse pale ales. De doorbraak van de Belgische gerstewijnen komt er grotendeels na de Tweede Wereldoorlog met Westvleteren 12 (1936), Chimay Bleue (1948), Rochefort 10 (1953) en Gouden Carolus (1959). In 1986 maakt Van Steenberge als eerste gebruik van een wijngist voor een betere hergisting op fles van zijn Gulden Draak.

1657: saisons
Van saison wordt vaak gezegd dat het een typisch bier uit Henegouwen is maar de oudste vermeldingen verwijzen naar de provincie Luik toen er in Hoei in 1657 een ‘bière saison’ werd gebrouwen. Het breekt pas vanaf de negentiende eeuw door en was populair bij arbeiders uit de industriestad Luik. Saison werd gebrouwen met spelt die vooral in Wallonië werd geteeld.

1829-1831 en 2007: versnijbieren
Het mengen van verschillende bieren is ouder dan 1829-1831 toen voor het eerst werd beschreven hoe Belgische brouwers jong en oud bier met mekaar vermengen dan wel een mengbier maken door lambiek toe te voegen aan bruin bier opdat je de bieren langer zou kunnen bewaren. In 2007 knoopt Dilewyns aan bij de op dat ogenblik grotendeels verdwenen traditie van versnijbieren door Vicaris Tripel met lambiek van Girardin te mengen tot Vicardin; nadien wordt samengewerkt met Boon en onstaat de Vicaris Tripel Geuze. Het inspireert andere brouwers om opnieuw versnijbieren te lanceren al dan niet onder de vorm van ‘collaboration brews’.
1903-1905: speciale belge
De spéciale belge bieren dateren van begin twintigste eeuw toen Belgische brouwers op zoek gingen naar ‘moderne’, heldere bieren die konden concurreren met uit Duitsland en Tsjechië ingevoerde pilsbieren evenals uit Engeland ingevoerde pale ales. Daartoe werden twee wedstrijden georganiseerd in 1903 en 1905. Laureaat werd brouwerij Binard Frères uit Châtelineau met ‘La belge du Faleau’ dat andere brouwers inspireerde om een eigen spéciale belge te ontwikkelen.
1918: Belgische scotch
Op het einde van de negentiende en aan het begin van de twintigste eeuw werden heel wat Engelse bieren in België ingevoerd, zo ook de scotch ale. Op de wellicht eerste in België gebrouwen scotch ale is het wachten tot 1918 wanneer een sergeant van het Britse leger in Silly een bier in Engelse stijl gaat brouwen voor zijn aldaar gelegerd regiment. Naarmate de scotch ale in de daaropvolgende decennia aan belangstelling verliest in en Schotland en er zo goed als verdwijnt, wordt scotch ale van langsom meer een Belgische specialiteit.

1926: dubbel
Dubbel zoals wij die vandaag kennen, wordt in 1926 voor het eerst gebrouwen door de trappisten van Westmalle. Om het bier sterker te maken, werd er kandijsuiker aan toegevoegd waardoor het ‘dubbel bruin’ werd genoemd.
1928: Belgische pils
Bijna een halve eeuw na de voorstelling van het Tsjechische Pilsner in 1842 worden de eerste blonde lagegistingsbieren in ons land gebrouwen. Oorzaak daarvan in onder andere een oude accijnswet van Willem I die tot 1885 werd gehandhaafd. Aanvankelijk worden vooral Bock en Münchener gebrouwen en heeft de Belg het niet voor de gehopte Pilsener. Stellamars, met een knipoog naar Märzen, is in 1926 de voorloper van Stella Artois maar de eerste, aantoonbaar bewezen, Belgische pils is Cristal dat in 1928 de opvolger wordt van ‘Bock Alken’.

1931-1934: tripel
Een andere bierstijl waarmee Westmalle pionierde was de tripel waarvoor de basis in 1931 werd gelegd door Hendrik Verlinden van De Drie Linden uit Brasschaat die als technisch raadgever werkte in Westmalle. Bij de opening van de nieuwe brouwerij in Westmalle in 1934 werd het tripel-superbier voorgesteld dat in 1956 zijn definitieve receptuur kreeg.

1956 en 2006: enkel of extra
De extra’s of lichtere speciaalbieren vinden hun oorsprong in de refter- of monnikenbieren van de abdijen. In 1956 lanceert Westmalle de Extra als naspoeling van de tripel. Het bier werd slechts beperkt gebrouwen en verkocht aan de abdijpoort. Nadat Chimay in 2006 start met de commercialisering van zijn Dorée volgen Westmalle (2008) en Sint-Bernardus (2014).
1956 en 2012-2013: brett-bieren
In 1956 was de trappistenabdij-brouwerij van Orval onder impuls van Père Theodore en bierprofessor Jean De Clerck de eerste niet-lambiekbrouwerij die pionierde met Brettanomyces voor de nagisting op tank en hergisting in de fles. In 1996 werden de Brettanomyces in Orval erkend als een unieke giststam binnen de Orval-gist. De revival voor het gebruik van Brettanomyces bij de hergisting op fles kwam vanuit de VS waar het Great American Beer Festival in 2007 het omschreef als een nieuwe bierstijl. Voorlopers van de Belgische brett-bieren zijn De Halve Maan met Straffe Hendrik Wild (2012) en De Kroon met Special Crown pale ale (2013).

1959: blonde abdijbieren
De blonde abdijbieren vinden hun oorsprong in de amberkleurige abdijbieren die na de Tweede Wereldoorlog ontstaan wanneer niet-brouwende abdijen gaan samenwerken met externe brouwerijen. Maredsous pioniert in 1949 met een amberkleurig bier, wordt daarin gevolgd door andere abdijen maar het is Affligem dat in 1959 met een eerste heldere, bleke Affligem Tripel Special uitkomt. Onder impuls van Leffe dat in 1967 een blonde variante creëert voor de Franse markt breken de blonde abdijbieren door.
1967-1970: sterk blond
Sterke blonde bieren met hun riante schuimkraag zijn de revelatie van de jaren ’70, met in de beginjaren enkel en alleen Duvel dat tussen 1967 en 1970 werkte aan een nieuw, hedendaags, imago voor een bier dat na de Eerste Wereldoorlog in de markt werd gezet als een scotch. Pas vanaf de jaren ’80 duiken concurrenten op en kan er worden gesproken van een specifieke bierstijl.

1990 en 2018: alcoholvrij speciaalbier
Het allereerste, experimentele, alcoholvrije pilsbier werd in 1908 uitgebracht door het Zwitserse Haldengut. In de daaropvolgende decennia zijn vooral Zwitserse, Duitse en Nederlandse brouwerijen actief in het alcoholvrije segment. In 1990 wordt Palm de eerste brouwerij met een alcoholvrij speciaalbier, Palm Green. Wanneer in 2018 Sportzot wordt gelanceerd, Palm Green wordt herleid tot Palm 0.0 en Leffe Blond het eerste alcoholvrije abdijbier wordt, zetten Belgische brouwers steeds meer de toon voor alcoholvrije varianten van speciaalbieren.

1991: quadrupel
Quadrupel, een naam die zowat overal opduikt als het om sterke en zware bieren gaat en waarvoor men de geschiedenis graag herschrijft om de benaming toch maar te kunnen gebruiken. De eerste koperkleurige quadrupel werd evenwel pas in 1991 gebrouwen in de trappistenabdij Koningshoeven en voorgesteld als La Trappe Quadrupel.
1993: wit fruitbier
Brouwerij Huyghe lanceerde op 6 februari 1993, na eerdere experimenten in 1992, de eerste fruitbieren op basis van witbier en dat om geen concurrentie aan te gaan met de succesvolle Lindemans-fruitbieren op basis van lambiek. In 1995 kregen de bieren de merknaam Florisgaarden, later omgedoopt tot Floris wegens een al dan niet vermeende gelijkenis met Hoegaarden.

1998: sterk fruitbier
Wat in 1998 begon met het speelse K8 van brouwerij Vanhonsebrouck, groeide in de daaropvolgende jaren uit tot wat men algemeen ‘de rouges’ of sterke fruitbieren van zo’n 8 %vol. is gaan noemen. In 2007 werd de naam ervan omgedoopt tot Kasteel Rouge. Aanvankelijk betrof het alleen sterke kriekbieren, meer recent zijn er framboos- en tropical-varianten. In 2009 volgde Dubuisson met Pêche Mel’Bush, geïnspireerd door de studentikoze blend van Bush (Dubuisson) en Pêcheresse (Lindemans).
2000: hout gerijpte ‘barrel aged’ bieren
In de 20e eeuw verdwenen de houten tonnen zo goed als volledig uit het beeld, uitgezonderd voor lambiekbieren in het Pajottenland en Vlaamse roodbruine bieren in Zuid-West-Vlaanderen. Voor de milleniumovergang stelt Dubuisson de Bush Millennium Cuvée 2000 voor, een exclusief bier gerijpt in houten tonnen. Het wordt de voorbode van Bush Prestige (2003), Bush de Nuits (2007) en Bush de Charmes (2015) die rijpen in eiken vaten. Sindsdien bieden andere brouwerijen eveneens houtgerijpte of ‘barrel aged’-bieren aan.

2001-2002: bière brut
Hoewel Pierre Celis al vanaf 1986 experimenteerde met zijn Grottenbier-‘bierchampagne’ breekt het champagniseren van bier pas door in 2001-2002 als Deus Brut des Flandres (Bosteels) en Malheur Brut (Delandtsheer) op de markt komen met hun ‘bière brut’, op fles afgevuld volgens de Franse ‘méthode traditionelle’. Sindsdien zijn er ook brouwers die hun bieren op flessen hergisten met een champagnegist.

2014: ‘oaked’ bieren
Brouwerij De Hoorn (Palm) speelt in 2014 in op de trend naar houtgerijpte bieren en kiest ervoor om zijn Cornet te laten rijpen in inox-lagertanks waarin houtsnippers worden toegevoegd; het ‘oaked’ bier is geboren.
