Keizer Karel V en bier, meer dan een legende

Facebook
X
LinkedIn
WhatsApp

Keizer Karel V, wellicht geen vorst die zo vaak figureert in legenden waarin ook bier een hoofdrol speelt. Is het fantasie en toeval of is er meer aan de hand?

Keizer Karel V (1500-1558) was de laatste hertog van Bourgondië, en de meest bekende Habsburger. Hoewel hij wordt omschreven als een vrij somber persoon, beschrijven legenden hem veeleer als een levensgenieter die houdt van een stevige pot bier.
In Olen is er het verhaal van de bierpot met drie oren, in Walcourt zou hij – na de perikelen in Olen – een bierpot hebben laten met vier oren om er zeker van te zijn dat hij altijd een oor binnen handbereik zou hebben. Verder zijn er legenden over een beek van bier in Bierbeek, de Oudenaardse bril en tal van andere verhalen. Uiteraard is hij ook bekend van de ommegang voor zijn intrede in Brussel en zijn er de Gentse stroppen.
Hoewel geboren in Gent werd hij groot gebracht in Mechelen, aan het Hof van zijn tante Margaretha van Oostenrijk, landvoogdes van de Nederlanden. In Mechelen geraakte hij verlekkerd op het lokale, zwaar donker bier dat later wordt omschreven als ‘gerstewijn’. Hij was zo gepassioneerd voor Vlaams bier dat hij het liet uitvoeren naar het Spaans Hof toen hij aldaar resideerde als Koning Karel I van Spanje. In zijn laatste verblijfplaats, in het Spaanse Yuste, liet hij een brouwerij bouwen en stelde hij er de Vlaming Henry Van der Hesen aan als meesterbrouwer.
Vanaf jonge leeftijd kampte hij al met jichtaanvallen die wellicht het gevolg waren van zijn typische ‘Habsburgse’ onderkaak, wat mogelijk wijst op inteelt in voorgaande generaties. Door die vooruitstekende onderkaak kon hij zij voedsel niet behoorlijk kauwen. Hij slikte het in brokken naar binnen en spoelde het rijkelijk door met wijn of bier. Na zijn troonsafstand en machtsoverdracht aan zijn broer Ferdinand I en zijn zoon Filips II trok hij zich in februari 1557 terug in het klooster van Yuste (Spanje) dat hij voordien had uitgekozen als zijn laatste toevluchtsoord.
Onderzoek dat in 2006 werd uitgevoerd door Spaanse wetenschappers bevestigde dat de keizer leed aan een zware vorm van jicht. In een vingerkootje dat ruim vier eeuwen werd bewaard als relikwie troffen zij een hoge urinezuurgehalte aan, wellicht ten gevolge van een te hoge wijnconsumptie en zijn meer dan gezonde eetlust met een voorkeur voor wild en zoetigheden. Omdat hij van het toenmalige bier minder jicht ervoer, zou hij het verkozen hebben boven wijn, waarmee hij uiteraard kon rekenen op de sympathie van de bevolking. Een keizer die bier dronk was immers ongezien.