“Bier wordt in deze streken gedronken als wijn”, schrijft kapitein Alonso Vasquez als hij tijdens de Spaanse overheersing in Vlaanderen verblijft.
Waren de Spanjaarden in 1577 verjaagd uit onze streken, dan herovert Alexander Farnese, hertog van Parma, Antwerpen in 1585 voor de Spaanse koning Filips II. Alonso Vasquez was niet alleen kapitein in het hertogelijk leger, hij was ook een kroniekschrijver die uitvoerig rapporteerde over zijn dagen in Antwerpen en Vlaanderen. Zijn kronieken werden gebundeld in ‘Los sucesos de Flandes y Francia del tiempo de Alejandro Farnese’. Het gaat daarin niet evenwel alleen over schermutselingen maar even goed over het leven in Vlaanderen. Hij looft de vruchtbare bodem voor landbouw en veeteelt maar betreurt ook het ontbreken van wijngaarden.
Kritisch laat hij zich uit over het drinkgedrag van de bevolking “want ze zuigen de drank met de melk aan de borst van hun moeder. En als ze de moederborst verlaten, krijgen ze een houten kalebas gevuld met wijn of bier in hun handen en daar zuigen ze aan op dezelfde manier, alsof het een borst met melk was, totdat ze voldaan zijn”.
“Bier wordt in deze streken gedronken als wijn”, vervolgt Alonso Vasquez. “Er is verschil van soorten, sterkere en lichtere. Men kookt de hop in groote ijzeren ketels, tezamen met tarwe, gerst of haver, rogge of de zemelen ervan, en naar gelang van den aard en de hoeveelheid van deze bestanddeelen wordt het bier dat daarvan gemaakt wordt sterker of slapper. Het bier dat van tarwe gebrouwen wordt, is zoo licht van kleur als loog en het schuimt als het in de kroezen wordt geschonken of in de vaten waarin het bewaard wordt. Dit bier maakt even spoedig dronken als heel koppige wijn, in tegenstelling met het bier, dat uit gerst wordt gemaakt, hetgeen gezonder, minder koppig en goedkooper is. Het bier dat uit haver of rogge wordt gebrouwen is verschillend van hoedanigheid en kleur, en eveneens van sterkte en van prijs. Het goedkoopste bier is dat wat uit zemelen wordt bereid; hierin zit in het geheel geen kracht. Men noemt het in het Nederlandsch ‘demuir’, wat wil zeggen ‘klein bier’. De Walen noemen het petita biera. Het bier dat uit tarwe is gebrouwen, heet dubbel bier, het gerstebier noemt men half-om-half, en bij die benamingen wordt het aangeduid als men het bestelt om te drinken of mee te nemen”. “Men beweert dat het Engelsche bier het beste is, en van de Nederlandsche bieren die uit Antwerpen en Leuven, hoewel er in het Luiksche sommige biersoorten worden gebrouwen, die pittiger en geuriger zijn door een zeker kruid, dat men met de hop vermengt, en dit maakt die biersoorten smakelijker en zwaarder. Er zijn in die landen kooplieden die meer dan honderd duizend dukaten bezitten, en die alleen in hop handelen. Vele wolachtige zakken zijn er altijd mede gevuld, en die liggen in groote stapels opgeslagen; hierachter verschanst men het geschut als een stad door de Spanjaarden wordt aangevallen. Zeer rijk zijn ook de bierbrouwers en de handelaars in dierenhuiden, omdat er een groote omzet in leer is”.