Belgische brouwers staan voor kantelpunt

Facebook
X
LinkedIn
WhatsApp

De Belgische brouwers staan voor een kantelpunt en moeten zichzelf opnieuw uitvinden. Veerkrachtig als de sector is, hebben zij dat de voorbije 120 jaar al verschillende malen gedaan, maar de huidige uitdaging is mogelijk groter dan voorheen.

2026 wordt wellicht een kanteljaar in de Belgische biersector na de aanhoudende minder goede cijfers en consumenten die steeds meer kiezen voor alcoholvrije of andere dranken. Cijfers verdienen toelichting en moeten in een ruimere context en geschiedenis worden gesitueerd.
Sinds begin twintigste eeuw heeft de biersector zichzelf tot vijfmaal toe moeten herpositioneren en telkens weer getoond over een grote veerkracht te beschikken dankzij innovatie, creativiteit en visie.
Begin mei telde België 385 brouwerijen en 265 bierfirma’s, wat nagenoeg dezelfde cijfers zijn als in 2020. Een viertal jaar geleden piekte het aantal brouwerijen voor het eerst boven de 400 en het aantal bierfirma’s boven de 300. Gebrek aan opvolging en hoge productiekosten leidden tot de stopzetting, dan wel het faillissement van diverse brouwerijen en bierfirma’s. Die cijfers liggen alleszins nog flink hoger dan 35 jaar geleden. In 1991 bleven er na een consolidatie in de sector nog amper 92 brouwerijen over, het laagste aantal dat ooit werd opgetekend.

3.233 brouwerijen met ‘fluitjesbier’

Wanneer wij terugblikken tot en met het begin van de 20e eeuw heeft de brouwerijsector een hele evolutie doorgemaakt. Rond 1900 telde België 3.233 brouwerijen die sterk lokaal of regionaal waren georiënteerd. De zowat 6,7 miljoen inwoners dronken toen nog zo’n 200 liter bier per inwoner maar dat was hoofdzakelijk ‘fluitjesbier’ van 1,5-2 %vol. Hedendaagse verhalen waarin nieuwe merken aandraven met voorouderlijke recepten van dubbels, tripels en gerstewijnen moeten bijgevolg sterk gerelativeerd worden, zoniet naar het rijk van de fabeltjes worden verwezen.
De toenmalige ‘sterke’ bieren waren importbieren zoals de heldere, goudblonde Duits-Tsjechische lagegistingsbieren (pils, märzen, bock, …) evenals de Engelse ales, scotch ales en stouts. Als tegenreactie creëerden de Belgische brouwers de ‘spéciale belge ale’, een dorstlessend helder amberkleurig bier dat werd gepositioneerd als alternatief voor pils en pale ale.
Begin 20e eeuw was er nauwelijks sprake van soft drinks wat het hoge verbruik van ‘fluitjesbier’ verklaart.

Sector keldert na Eerste en Tweede Wereldoorlog

De Eerste Wereldoorlog betekende de doodsteek voor één op twee brouwerijen, waarbij onder ander koperen ketels, materiaal en wagenpark werden opgeëist door de Duitse troepen. Andere brouwerijen ontbrak het aan voldoende financiële middelen om herop te starten.
Wie kon investeren, plaatste een nieuwe brouwinstallatie die ook toeliet om lagegistingsbieren te brouwen. Immers een oude accijnswet van de Nederlandse koning Willem I die in 1816 werd uitgevaardigd en die pas in 1885 werd opgeheven in het Belgisch parlement verhinderde de modernisering van de brouwerijen. Quasi gelijktijdig werden Angelsaksische gistculturen ingevoerd die het mogelijk maakten om sterkere bieren te brouwen. De wet Vandervelde (1919), met een verbod op sterke dranken en jenever in het bijzonder, effende ongewild het pad daarheen.
De economische crisis van de jaren ’30 en de Tweede Wereldoorlog zorgden opnieuw voor een halvering van het aantal brouwerijen waardoor er in 1946 nog 775 brouwerijen over bleven. In 1950 waren dat er slechts 663.

Consolidatie en absoluut dieptepunt in jaren ’80-‘90

Na de Tweede Wereldoorlog wijzigt het bierverbruik grondig. Tussen 1900 en 1950 daalde de productie van 14.617.000 hl naar 10.140.000 hl. Van in- en uitvoer was amper sprake.
Tussen 1950 en 1975 sloten nog eens 500 brouwerijen hun deuren waardoor er in 1977 amper 125 actieve brouwerijen waren. In de zestiger jaren werd er voor het eerst een paar honderd hectoliter Belgisch bier uitgevoerd en werd export belangrijker dan import.
Het absolute dieptepunt kwam er in 1991, na de consolidatiegolf met onder meer de fusie van Artois en Piedboeuf tot Interbrew (nu AB Inbev) en die van Alken-Kronenbourg met Maes tot Alken-Maes. Op dat ogenblik werd er nog 18 miljoen hectoliter bier gebrouwen die voor 90% werd geconsumeerd door de 9,9 miljoen Belgen waardoor het verbruik 121 liter per inwoner bedroeg. Tot dan was de Belgische biermarkt een binnenlandse markt waar pils goed was voor 80-90% van het volume en speciaalbieren nog lang niet de hedendaagse uitstraling hadden.

Export primeert en ‘Belgian styles’ worden concurrenten

Begin jaren ’90 werd er nog altijd minder dan 20% Belgisch bier geëxporteerd. In de daaropvolgende jaren stijgt het exportvolume om in 2006 voor de eerste maal de 10 miljoen hectoliter te overschrijden en het binnenlands verbruik van 9 miljoen hectoliter te overstijgen. In 2019 bereikte de export een piek met 18,4 miljoen hectoliter om vervolgens geleidelijk te dalen naar 14,4 miljoen hectoliter in 2025. Ondertussen zijn er niet alleen economische crises geweest maar zijn buitenlandse brouwerijen volop ‘Belgian styles’ gaan brouwen waarvoor zij niet zelden Belgische brouwingenieurs aantrokken dan wel hier kwamen studeren en leren hoe Belgische bieren te brouwen. Daardoor kunnen buitenlanders in eigen land sinds de tweede helft van de jaren negentig een ‘Belgian style’ drinken tegen een prijs die goedkoper is dan het ingevoerde authentieke bier ‘Brewed and bottled in Belgium’. Opeenvolgende economische en geo-politieke crises bemoeilijken de export van Belgisch bier. De uitvoer, goed voor 70% van de Belgische bierproductie, daalde in 2025 met 4,8%.

Dalend bierverbruik en wijzigend consumptiepatroon

In 2025 daalde de binnenlandse consumptie met 3,2% tot 6,19 miljoen hectoliter of gemiddeld 68 liter per inwoner. Van de 11,8 miljoen inwoners in België is er, volgens Sciensano, al 21% van de volwassenen die geen alcohol nuttigen om religieuze of medische redenen of individuele keuzes. Zowat de helft van de bevolking geeft aan alleszins niet wekelijks alcohol te drinken.
Het consumptiegedrag en de houding ten aanzien van alcoholische dranken is de voorbije decennia dan ook grondig gewijzigd. Inspelend op die gedragswijziging hebben de brouwers als enige in de sector van alcoholhoudende dranken hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opgenomen. Naast initiatieven zoals de Bob-campagne, Respect 16 en Be Responsible hebben zij, ondersteund door Belgische wetenschappers, een nog steeds groeiend assortiment van niet- en laag alcoholische bieren in de markt gezet. In 2025 noteerde men een stijging met +17% ten opzichte van 2024 waardoor de niet-alcoholische bieren inmiddels 6,5% van de binnenlandse consumptie vertegenwoordigen. Hun aandeel compenseert geenszins het verlies in het segment van de alcoholhoudende bieren en dat heeft wellicht te maken met enerzijds de matige smaakbeleving ervan en anderzijds met een veroudering die veel sneller plaats vindt dan de vermelde houdbaarheidsperiode.

Van horeca- naar thuisverbruik

De voorbije tien jaar is de bierconsumptie gedaald met bijna 20%, ongeveer een half miljard glazen bier per jaar. De verkoop in de horeca kreeg het in 2025 het zwaarst te verduren met een terugval van 4,1%, vergeleken met -2,6% in de distributie.
Werd er in 2010 nagenoeg evenveel bier verkocht in de horeca als in de distributie, dan daalde de horecaverkoop de voorbije 15 jaar tot 40% en nam het thuisverbruik 60% voor zijn rekening in een dalende markt. De terugval in de horeca heeft te maken met een vermindering van het aantal verkooppunten. Ook speelt een verandering in het gedrag van consumenten die naast bier meer andere dranken zijn gaan nuttigen, alcoholisch en niet-alcoholisch. Ondertussen grijpen jongere generaties vaker naar smaakvolle alcoholvrije, caloriearme en proteïnerijke dranken,
De verschuiving van horeca naar thuisverbruik is duidelijk merkbaar in de consumptie van pils, dat voor amper 35,55% op café wordt gedronken. Alcoholvrije pils (28,98%) wordt nog minder besteld, alcoholvrij specialbier (42,13%) scoort iets beter. Witbieren en speciale belge-types zijn met 70,63% duidelijk horeca-bieren, net zoals de fruitbieren (61,96%). Zware fruitbieren worden met 60,13% vooral thuis genuttigd. Sterk blond en barrel aged worden eveneens wat meer thuis gedronken. Bij abdij- en trappistenbieren wordt één op twee thuis of in de horeca gedronken, en dat heeft wellicht te maken met de terrassfeer en het aanbod van tapbier.

Stigmatiseren zonder gefundeerd wetenschappelijk onderzoek

Het gaat anno 2025-2026 om meer dan dalende cijfers van binnenlandse consumptie en export want de brouwers en de hele sector, inclusief de onrechtstreeks tewerkstelling, goed voor meer dan 56.000 jobs, kijkt aan tegen een ophitsend vijandig klimaat. De geringste hoeveelheid alcoholhoudende drank, en bier in het bijzonder, wordt ronduit gestigmatiseerd. Getuige daarvan de eigenzinnige aanpassing van de slogan ‘Alcoholmisbruik schaadt de gezondheid’ tot ‘Alcohol schaadt de gezondheid’, zonder dat daarvoor grondige redenen zijn. Gewaardeerde internationale wetenschappers dringen immers al enige tijd aan op meer gefundeerd onderzoek naar lage tot matige alcoholconsumptie alvorens definitieve conclusies te trekken met betrekking tot gezondheidsrisico’s. Decennia van beperkte studies hebben geleid tot tegenstrijdige aanbevelingen en berichten omdat er nog te veel onbekende factoren zijn, maar dat willen bepaalde politici en beleidsadviseurs niet horen. Nochtans respecteert 84% van de Belgen de door de Hoge Gezondheidsraad aanbevolen maximumhoeveelheid van 10 alcoholeenheden per week.

Zichzelf heruitvinden

Voor de biersector is de uitdaging groot om zichzelf heruit te vinden en een nieuwe toekomst uit te stippelen. Zo moet er worden gedacht aan nieuwe bieren en bierconcepten die de huidige en toekomstige jonge generaties aanspreken. Maar, die opdracht kan niet zonder marketeers die het, volgens marketing-professor Mark Ritson, over een andere boeg moeten gooien en die tegenover de jongere generaties niet langer ‘rommel uit het verleden als nieuw mogen presenteren’. De nieuwe consument is er nog steeds, hij wacht alleen maar tot iemand hem iets brengt wat hij nog niet eerder heeft gezien. Iets dat hem aanspreekt, in plaats van iets dat zijn grootouders aansprak en dat al talloze keren opnieuw is gebruikt. “Het ligt niet aan de jonge consumenten. Het probleem zit al die tijd al in de marketingafdeling”, aldus Mark Ritson.
En marketing zal ook nodig zijn om van ‘Authentic Belgian beers, brewed and bottled in Belgium’ de referentie te maken op exportvlak, net zoals originele Franse, Italiaanse of Spaanse wijnen nog altijd beter scoren dan hun mondiale imitaties.