Wijzigend consumptiegedrag leidt ertoe dat in België omgerekend jaarlijks een middelgrote brouwerij met een volume van 150.000 hl. verdwijnt.
35 jaar geleden, in 1991, telde België slechts 92 brouwerijen, het laagste aantal ooit. Op dat ogenblik werd er in ons land jaarlijks nog zo’n 115 liter per inwoner gedronken. Drieënhalf decennium later vertellen de cijfers een ander verhaal. Met de opkomst van micro- en craft brouwerijen steeg het aantal brouwerijen tot 430 in 2022, maar faillissementen en sluitingen leidden tot 394 brouwerijen rond de jaarwisseling 2025-2026. De consumptie is gehalveerd tot zo’n 65 liter per inwoner mede door het toegenomen en gevarieerde aanbod van dranken en een meer bewuste alcoholconsumptie.
Ook speelt een groeiende aandacht voor gezondheid al moet daarbij een kanttekening worden geplaatst. Zo noteert men in Amerikaanse staten waar cannabis of marihuana werd gelegaliseerd een dalende verkoop van alcoholische dranken. Evenzo ziet men in België dat bepaalde consumenten hun geld liever uitgeven aan recreatiedrugs en pilletjes die goedkoper zijn dan de prijs van twee glazen speciaalbier. Bovendien krijgt men van die pilletjes geen bierbuik waardoor sommigen hen zelfs hoger inschatten voor hun gezondheid dan bier.
Over een periode van tien jaar daalde de Belgische bierconsumptie met bijna 20% tot 6,3 miljoen hectoliter in 2024. Omgerekend naar volume komt het erop neer dat er jaarlijks één brouwerij van zo’n 150.000 hl (45,5 miljoen glazen speciaalbier of 6 miljoen glazen pilsbier) de deuren sloot. Die hoeveelheid kan je vergelijken met dat van een middelgrote tot grote brouwerij die een regionaal pilsbier en speciaalbieren brouwt of die louter speciaalbieren maakt en die gedeeltelijk uitvoert.
Met 14.503.853 hl in 2024 werden 7 op 10 glazen bier geëxporteerd. Dat getal is nog steeds aanzienlijk, maar lager dan de 20.405.000 hl die in 2019, voor de covid-crisis, werd opgetekend. Sindsdien is de biermarkt enorm gewijzigd. Wereldwijd is het aantal craft brewers toegenomen en in vele gevallen is de kwaliteit van die craft bieren gestegen, waardoor zij lokaal concurreren met ingevoerde, duurdere, Belgische bieren. Bovendien is er een verschuiving in het consumptiegedrag, wordt er almaar minder bier gedronken in traditionele bierdrinkende landen zoals België, Duitsland, Tsjechië en Oostenrijk. Daar tegenover staat dan weer dat bier terrein wint in klassieke wijnlanden zoals Frankrijk, Italië en Spanje, waar ook jongere consumenten bier verkiezen boven wijn.
Verder wordt er in België minder bier op café gedronken en wordt 70% thuis geconsumeerd. In 2025 is dat percentage opnieuw licht gestegen. Het vertaalt zich ook in een verschuiving binnen de gedronken bierstijlen met een daling van het klassieke pilsverbruik, hoewel pilsbieren met een craft-uitstraling het vaak beter doen. Dikwijls wordt verwezen naar de overschakeling van pilsbier naar alcoholvrij bier dat soms tot 20% van de bierrekken in warenhuizen vult; niettemin tekent het slechts voor 5% van het totale biervolume. De verkoop ervan is immers geconcentreerd in Vlaanderen want in Wallonië wordt nauwelijks alcoholvrij bier verkocht. Alcoholvrij bier zal alleszins een vaste waarde blijven, maar het is niet het gehoopte antwoord op de dalende bierconsumptie. De opkomst van de zogenaamde extra’s of lichtere refter- en monnikenbieren lijkt eerder het smaakvolle alternatief voor wie geen klassieke pils wil. Tegenover de toenemende vraag naar lichtere, smaakvolle bieren noteren brouwerijen merkwaardig genoeg een verkoopstijging van sterkere speciaalbieren voor thuisconsumptie. Wie thuis bier drinkt, gaat bijgevolg veeleer voor degustatiebieren.