Liever duurzamer lokaal geteelde dan biologische hop

Facebook
X
LinkedIn
WhatsApp

“Lokale, ecologisch geteelde hop is veel duurzamer dan biologisch geteelde hop die je vaak moet invoeren uit andere, verre, landen. In Vlaanderen zijn de percelen te klein voor een rendabele biologische hopteelt. Je moet al bijna tweemaal zoveel hectaren aanplanten voor eenzelfde opbrengst”, zegt Benedikte Coutigny van Hoppecruyt. “Niettemin heb ik heel veel respect voor wie bio-hop verbouwt”.

In Hoppecruyt uit Proven (Poperinge), ook bekend als de hoeve Desmyter, wordt al sinds 1893 hop geteeld. Aanvankelijk, en onder de voorgaande generaties, was de hopteelt één van de vele landbouwactiviteiten naast het telen van aardappelen, vlas, tabak en melkvee. Onder Hugo Desmyter (derde generatie) werd het hopareaal in de zeventiger jaren van vorige eeuw uitgebreid. “In die periode vroegen de brouwers hoofdzakelijk bitterhoppen terwijl de hopteelt in onze regio was gefocust op fijne aromatische hop, zoals Tettnanger”, vertelt Benedikte Coutigny.
“De hopsector werd niet geïnformeerd over die omschakeling waardoor de landbouwers hun hop niet meer konden verkopen. Begin jaren ‘90 hebben zoon Wout en ik het bedrijf overgenomen en hebben wij ons als jonge landbouwers gespecialiseerd in een duurzame hopteelt. Landbouworganisaties en banken begrepen toen niet waarom wij er bijvoorbeeld geen varkensstapel bij namen en alleen maar hop wilden verbouwen. Om te vermijden dat wij hopvariëteiten zouden telen die nauwelijks verkocht zouden worden, zijn wij aan Belgische brouwers gaan vragen welke hop zij wilden hebben”.

Roel, Wout Desmyter en Benedikte Coutigny van ’t Hoppecruyt kiezen resoluut voor ecologische, duurzame en lokale hopteelt.

Vers geplukte hop meteen verwerken om aroma te waarborgen

Uit die rondvraag kwam naar voor dat brouwers, inspelend op de toenemende vraag naar speciaalbieren, opnieuw vooral aromatische hopsoorten, zoals Golding en Saaz, wilden in plaats van de bitterhoppen die op dat ogenblik werden geteeld. “Daarop zijn wij in Hoppecruyt gestart met Golding; de verkoop ervan liep goed en wij waren vertrokken. Rond 2000 beseften wij dat wij naar verhouding veel hopwortels – waaruit de ranken opgroeien – moesten rooien en zijn wij gestart met de verkoop van hopscheuten. Die wortels worden op vloerverwarming geteeld waardoor wij tegen Valentijn (14 februari) onze eerste hopscheuten kunnen oogsten. Op dat ogenblik realiseerden wij ons echt hoe belangrijk lokale verkoop en overleg met brouwers is; Vanhonsebrouck is één van de eerste brouwerijen geweest die van bij aanvang is meegegaan in ons verhaal van duurzame, lokale hopteelt”, stelt Benedikte Coutigny.
“2010-2011 zijn kanteljaren geweest. Wij zijn gaan samenwerken met Dirk Naudts van De Proefbrouwerij die ons heeft toegelicht hoe je kwalitatieve hop op duurzame wijze kan telen. Het vergt heel wat opvolging, waarbij je onder meer de vochtigheidsgraad van de hopbellen evalueert en waarbij je ook dagelijks gaat ruiken of de hop klaar is om geoogst te worden. Hopbellen kunnen immers onrijp of overrijp worden geoogst wat maakt dat je echt wel op het juiste moment moet oogsten, drogen, pelletiseren en verpakken. Door de geplukte hop zo vers als mogelijk, en dus quasi meteen, te verwerken, kan je een perfect hoparoma garanderen. Hop die je gaat bewaren en pas na maanden gaat verwerken, boet aanzienlijk in aan kwaliteit en verliest ook zijn typisch aroma”.
Gelijktijdig is Hoppecruyt meerdere hopvariëteiten gaan kweken en wordt er nu een twintigtal soorten opgevolgd. Soms wordt experimenteel slechts één rij van een nieuwe of hier minder bekende variëteit aangeplant. De Canadian Redvine geeft in zijn herkomstland zeer goede resultaten, gedijt mooi bij zowel -10°C als +40°C maar kan zich niet aanpassen aan het milde klimaat van de Westhoek. Chinook doet het hier wel goed, terwijl Groene Bel – die uit Asse-Aalst komt – in de streek rond Poperinge een wisselende opbrengst geeft. Met de impact van het klimaat is het voortdurend zoeken naar een combinatie van de juiste hopsoorten die wij gespreid over de 13 hectaren kunnen telen, oogsten en bewaren in optimale omstandigheden. Hierdoor zijn productie- en transportkosten zijn aanzienlijk verminderd wat inhoudt dat wij nog duurzamer zijn gaan werken”.

Roel en Benedikte bij de kudde zwartblesschapen die de hopvelden keurig onderhoudt.

Schapen wieden de hopvelden

Om voortdurend duurzamer en ecologischer te kunnen werken, graast sinds een drietal jaar een kudde van een veertigtal zwartblesschapen tussen de hopranken. “Een Nieuw-Zeelandse hopteler vertelde ons over schapen die uitsluitend hopblaadjes en onkruid eten maar de hopbloesems en hopbellen onaangeroerd laat”, vervolgt Benedikte Coutigny. “Voordien wiedden wij mechanisch en manueel wat een intensief en minutieus werk was. Nu klaren de zwartblesschapen die klus en ‘reinigen’ zij de 13 hectaren hopvelden. Op termijn breiden wij de kudde uit tot een vijftigtal schapen die het hopareaal in vijf weken kunnen reinigen in plaats van de huidige zes weken, wat beter is afgestemd op de oogstperiode. Bovendien draineren deze schapen met hun kleine pootjes de ondergrond veel beter waardoor er geen overtollig water tussen de hoprijen blijft staan. De introductie van die schapenkudde was een fantastische openbaring. Zij houden de hopvelden onkruidvrij waardoor wij niet meer moeten sproeien”.

Nog steeds een ‘kanon’ achter de hand om plagen te bestrijden

Een pionier op het vlak van duurzame hopteelt wil Benedikte Coutigny niet genoemd worden. “Wij zoeken onze afzetmarkt, weten wat de markt vraagt en spelen daarop in. Wij kennen onze kostprijs en hoeven ons niet te meten op de wereldmarkt waar de prijzen vaak lager zijn. Met onze korte-keten-aanpak hebben wij ons hopareaal kunnen uitbreiden van 5 naar 13 hectaren duurzaam geteelde hop. Wij hebben bewust gekozen voor een ecologische en geen biologische hopteelt. In de biologische hopteelt mag je alleen maar biologische sproeimiddelen gebruiken en die volstaan amper om hopplagen te bestrijden tijdens natte zomers zoals wij in 2021 en 2023 hebben gekend. Je verliest dan heel veel planten en je zou al bijna dubbel zoveel hectaren moeten verbouwen om eenzelfde opbrengst te hebben. Wanneer de hopplanten sterven door ziekte en je een nieuwe hoptuin moet aanplanten, duurt het drie jaar alvorens je enige opbrengst hebt. Ik heb heel veel respect voor wie hier bio-hop teelt, maar, volgens ons, is het nauwelijks rendabel op de kleine teeltoppervlakten die je in België hebt”.

Hoppecruyt Proven deels geoogst hopveld
’t Hoppecruyt in Proven kiest voor ecologisch, duurzaam en lokaal geteelde hop, liever dan voor biologische hop.

“Bij Hoppecruyt werken wij door onze duurzame aanpak zo’n 50% biologisch, maar wij kunnen nog steeds een ‘kanon’ inzetten om hardnekkige plagen te bestrijden. Eens om de zowat vijf jaar komen die voor, maar je beschikt dan wel over middelen om een groot gedeelte van je hopoogst te vrijwaren. Je moet je ook durven afvragen hoe duurzaam biologisch geteelde hop is wanneer die uit andere landen en verre bestemmingen moet worden ingevoerd? Voor 50% biologisch lokaal geteelde hop behaalt dan een veel hogere duurzaamheidsscore”, besluit Benedikte Coutigny.

Verschenen in Bierpassie nr. 103, juni 2024