Klink op de toekomst van spéciale belge

‘Vlaanderen lust ze niet meer’ kopt Het Nieuwsblad bij berichtgeving over de beslissing van Alken-Maes en AB Inbev om te stoppen met de productie van respectievelijk Op-Ale en Ginder Ale. Aangeven dat de ‘spéciale belge’-stijl niet meer aanslaat, is heel kort door de bocht gaan. Wanneer wat eens een nationaal merk was, wordt gereduceerd tot een lokaal, nauwelijks ondersteund, biertje is het normaal dat de verkoop instort.
Spéciale belge was ooit het paradepaardje van de Belgische brouwers. De bierstijl ontstond in 1905 na een wedstrijd waarin Belgische brouwers werden gevraagd om te innoveren met een alternatief voor Tsjechisch-Duitse pilsbieren en Engelse ales die aan populariteit wonnen tegenover de ‘dunne’ Belgische bieren. Het resultaat werd het koperkleurige doordrinkbier, ongeveer even sterk als een pilsbier en met een mooie balans van mout, hop en gist in aroma en smaak. Tijdens de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958 triomfeerde de spéciale belge alom. De Koninck, Spéciale Palm, Tonneke, Ginder-Ale, Op-Ale, Horse Ale, Skipper Ale, Spéciale Aerts, Vieux-Temps, Special De Ryck, Super 64 en vele anderen sierden de verscheidenheid aan spéciale belge-bieren. Wie er geen in het aanbod had, presenteerde Engelse ales zoals Martin’s Pale Ale, Watneys, Whitbread of McEwans.
Middelgrote en grote brouwerijen zetten halfweg jaren tachtig massaal in op witbieren. Wanneer einde jaren tachtig de brouwerijgroepen Alken-Maes en Inbev worden gevormd en diverse brouwerijen worden gesloten, verdwijnen spéciale belge-bieren uit hun interessesfeer. Palm en De Koninck worden ertoe gedwongen om een voortrekkersrol op te nemen in het segment maar ontberen de mogelijkheden voor een echt nationale positionering. Bij de eerste exportinitiatieven naar Nederland wordt de spéciale belge verbasterd tot ‘amber’, louter verwijzend naar de koperachtige kleur. Nadien wordt de spéciale belge ook in eigen land verloochend tot ‘amber’, een gekleurd biertje naast wit en bruin.

Speciale Belge Streekproduct
Speciale Belge wordt in 2008 erkend als Streekproduct.be.
Speciale Belge beer 2010
De Spéciale Belge-brouwers gaan in 2010 voor een Europese erkenning.

Wanneer spéciale belge in 2008 wordt erkend als Streekproduct.be, wordt een eerste stap gezet naar een nieuw imago. Na een gezamenlijke bijeenkomst van de spéciale belge-brouwers op 19 februari 2009 wordt de spéciale belge omschreven als “een amberkleurig bier van hoge gisting met een alcoholgehalte van ongeveer 5 Vol%, met een fruitig en of licht gerookt gistingsaroma, een moutige smaak die gaat van honingachtige karamel tot licht gebrand en met een zachte bitterheid van overwegend aromatische hop. Het samenspel tussen gist, mout en hop geeft de karakteristieke volmondigheid en de zacht uitvloeiende nadronk.”
Het initiatief effent het pad om de speciale belge-bieren in aanmerking te laten komen voor het Europese label van de Beschermde Geografische Aanduiding (BGA). In juli 2010, werd het dossier ingeleid, maar het stuit op verzet omdat ‘bières spéciales belges’ slaat op alle Belgische ‘speciaalbieren’, een term die begin jaren tachtig werd gelanceerd. Het hele dossier gaat ‘Terug naar af’ en daar zit het nog steeds.
Nu toeteren dat spéciale belge het brouwen niet meer waard is omdat twee merken het voor bekeken houden, is voorbarig. De overgebleven gepassioneerde spéciale belge-familiebrouwers – Palm, De Ryck, De Koninck, Contreras, Haacht, Silly – die zich in 2010 engageerden voor de Europese erkenning van spéciale belge te buigen, moeten misschien eens opnieuw samen komen. Bieren zoals Franc Belge van De Ranke of De Poes Speciale Belge die recent werden voorgesteld kunnen misschien de rangen vervoegen en een nieuwe dynamiek creëren om de spéciale belge opnieuw in de schijnwerper te plaatsen.
Laat ons niet wachten tot de spéciale belge als bierstijl wordt geherdefinieerd door overzeese brouwers en bierliefhebbers. Waartoe dat kan leiden, heeft de recente opmars van de India Pale Ale (IPA) aangetoond. Een stevig bittergehopt bier dat oorspronkelijk werd gebrouwen met typisch Engelse hopvariëteiten is een mislukte kloon geworden met Amerikaanse citrushoppen die het licht bitterdroog zuurtje van de IPA van weleer ombogen tot een meer intense vaak fruitig, citrusachtig aroma.
Belgische brouwers, ga er tien jaar later opnieuw voor en klink op de toekomst van spéciale belge!

Ga voor het volgende, lekker glas bier

Verschenen in Bierpassie nr. 88, september 2020

Wat is een goed, lekker, glas bier? Welke bierstijl of welk merk, het maakt niet uit. Een goed, lekker, glas bier is datgene waarvan je een volgende glas bestelt. Dat hoeft niet na mekaar, het kan zelfs maanden later zijn dat je zegt: “Dat ga ik nu nog eens drinken”.
Het klinkt misschien eigenaardig, maar daar draait het allemaal om. Fiere brouwers maken er een uitdaging van om zoveel maal hetzelfde bier te brouwen om van klanten hun ambassadeurs, te maken. Daarin verschillen zij van veel microbrouwers en ‘craft brewers’ (what’s in a name?) die eenmalige bieren brouwen.
Er worden extra hoppen, zuren of ongewone ingrediënten aangesleept om media-aandacht te genereren. Op lijstjes van ‘beer geeks’ worden zij afgevinkt, waardoor die zappende consumenten weerom een trap hoger staan op een bierladder. Eén teug volstond om online te scoren. Een tweede glas wordt niet besteld: vandaag niet, morgen niet, volgende week niet, nooit!
Zijn dit de bierliefhebbers die gepassioneerde brouwers willen? Waarschijnlijk niet. Zijn dit de brouwers die het bierpatrimonium levendig gaan houden? Waarschijnlijk ook niet. Het enige wat hen aanbelangt, is elke liter verkopen om hun brouwproject te kunnen afbetalen. Omdat die ‘beer geek’ niet weerkeert voor hetzelfde bier, maakt het niet uit of dat bier geïnfecteerd, medicinaal, ranzig, vegetaal of muf is. Houdbaarheidsdata worden ver vooruit gezet om het bier verkocht te krijgen via distributie en invoerders. Stevig aromatisch gehopte bieren krijgen bijvoorbeeld een houdbaarheidsdatum tot twee jaar vooruit, terwijl uit proeverijen blijkt dat er na zes maanden niet veel hoppigheid meer te bespeuren valt.
Beste brouwfanaten, u speelt met het imago van Belgisch bier. Niemand, in eigen land of waar ook ter wereld, valt voor minderwaardig Belgisch bier. Samen met de houdbaarheidsdatum de botteldatum vermelden, is geen overbodige luxe. En, misschien nog belangrijker, proef je bier voor je het op de markt brengt. Mislukte brouwsels werden vroeger verkocht aan gecombineerde bier- en azijnbrouwerijen. Nu worden zij te gemakkelijk bestempeld als ‘Belgian sour ale’ en wereldwijd uitgevoerd. Daarmee ondermijnen zij het kwaliteitsimago waaraan Belgische brouwers decennialang hebben gewerkt. En de buitenlandse invoerders en consumenten? Die ontdekken wel snel een goede lokale brouwer. Liever een lokaal gebrouwen kwalitatieve ‘Belgian style’ dan een origineel Belgisch bier dat niet aanspoort tot een volgend glas.

Welke biercultuur na corona?

Verschenen in Bierpassie nr. 87, juni 2020

363 brouwerijen, 262 bierfirma’s, 7 bierstekerijen, 15.075 cafés, 33.633 eetgelegenheden, 5,3 horecazaken per duizend inwoners. De cijfers van brouwerijen, bierfirma’s en stekerijen werden begin maart verspreid door Zythos, de horeca-cijfers dateren van eind 2018 omdat meer recente gegevens niet beschikbaar zijn.
De voorbije tien jaar is het horeca-aandeel in het gezinsbudget gestegen van 4,9% naar 6,6%, terwijl dat voor kledij is gedaald van 5,3% naar 4,6%. 85% van de toeristen beveelt Vlaanderen aan als een bestemming waar je lekker kan eten en drinken, terwijl ‘slechts’ 80% de kunststeden 63% het kunst- en cultuuraanbod aanprijst.
Zes op tien Belgen verkiezen bier op café omwille van het unieke kader (51%), het gemoedelijke
karakter (38%) en het bredere aanbod (37%). 70% van het Belgisch bier wordt uitgevoerd en maakte van België zelfs de grootste bierexporteur ter wereld.
Cijfers die de immense belangrijkheid van onze bier-, eet- en tafelcultuur illustreren aan de vooravond van de corona-crisis. ‘Fier op ons bier’ was geen holle slogan, het was een begrip, een levenswijze die door de Unesco zelfs werd erkend als immaterieel cultureel erfgoed, net zoals bijvoorbeeld de Franse gastronomie of de mediterrane eetcultuur.
Hoe gaat die biercultuur eruit zien in het post-corona-tijdperk? Tientallen jonge brouwers hebben duizenden euro’s geïnvesteerd in kleine tot middelgrote installaties, flessen, glazen en promotiemateriaal. Elk verkocht glas bier was broodnodig voor hun afschrijvingen. Brouwerijen liggen stil, het horecakanaal met zijn zonnige terrassen en zijn biergastronomische menu’s is gesloten, verkoopcijfers zijn ingezakt, pilootprojecten zijn opgeschort of geschrapt, export verloopt moeizaam en buitenlandse toeristen blijven eveneens in eigen land.
Begin mei gaat het nog altijd over de sinds half maart stilgelegde voetbalcompetitie, de geschrapte wielerkalender, gesloten musea en tentoonstellingen. Over door de Unesco erkend immaterieel erfgoed, wat de Belgische biercultuur is, wordt niet gesproken. Hooguit wordt er gesproken over de – terechte – noodzaak voor een horeca-herstelplan maar hoe wij die biercultuur met zijn interactieve bierbeleving terug op gang gaan trekken? Daarover mogen politici, overheden, toeristische diensten en belangenorganisaties zich eens bezinnen, tussen pot en pint, en wellicht nog niet aan de hoek van de toog.

Red onze bier-, eet- en tafelcultuur

Red onze biercultuur, onze eet-, drink- en tafelcultuur als basispijler van het toerisme! Diverse onderzoeken toonden de voorbije jaren aan dat 85% van de toeristen Vlaanderen zou aanraden als toeristische bestemming waar je lekkere streekproducten kan eten. Daarmee scoort onze eet-, drink- en tafelcultuur hoger dan de kunststeden (80%), het kunst- en cultuuraanbod (63%) en onze geschiedenis (51%).
Vlaanderen zou dit jaar zelfs de gastregio zijn voor het zesde UNWTO World Forum on Gastronomy Tourism. Het zou de kroon zijn op jarenlang volgehouden inspanningen om Vlaanderen te promoten als een culinaire topbestemming. De actualiteit, met de doorbraak van het Covid 19-virus, heeft er helaas anders over beslist.
Meer dan 20.000 Vlaamse horeca-ondernemers stonden klaar om toeristen dagelijks in hun cafés, bistro’s en sterrenrestaurants te verwennen met iconische bieren, legendarische streekgerechten en verfijnde en creatieve maaltijden.
Het vakmanschap van brouwers, chocolatiers, wijnbouwers, jenever- en whiskystokers wordt internationaal geprezen. Talentvolle keukenchefs geven het beste van zichzelf. Vrijwel nergens anders ter wereld is het verschil tussen de sterrenkeuken en de dagelijkse gastronomie als het ware zo klein. Over het algemeen kan je in ons land overal lekker én gezellig eten; dat weten de buitenlandse toeristen maar al te goed.
Reizen in en naar België staat voor met volle teugen genieten en intensief beleven van authentieke verhalen van gepassioneerde brouwers, chocolatiers en streekproducenten. Even zo aanhoren bezoekers de anekdotes van cafébazen die een perfect glas bier schenken aan klanten op hun terras.
Die, in het buitenland ongeëvenaarde terrascultuur als uiting van onze biercultuur, dreigen wij nu te verliezen. Volksgezondheid primeert boven alles, laat daarover geen twijfel bestaan. Het toepassen van preventiemaatregelen wordt geen sinecure in een sector die in de huidige belevingseconomie wordt beschouwd als een sociale ontmoetingsplaats.
Ondersteuning, duidelijkheid, éénduidigheid en concrete perspectieven zijn dringend nodig om onze gastvrije Bourgondische eet-, drink- en tafelcultuur veilig te stellen als basispijler voor het dag- en verblijfstoerisme van 85% van de binnen- en buitenlandse gasten.

Bier en horeca als sociaal bindmiddel

Bier wordt gepositioneerd als een conviviaal product, als een drank die je bij voorkeur in gezelschap drinkt. Tussen pot en pint brengt bier mensen van alle leeftijden, rang en stand samen. Helaas is daar nu, tijdens de corona-crisis, weinig van te merken want horecazaken zijn gesloten en sociale contacten zijn beperkt.
Maar, het sociale aspect van bier blijft overeind, ook al uit het zich nu vooral in het sociaal engagement en de sterke lokale verankering die veel brouwerijen al jaar en dag kenmerken. Brouwerijen, al dan niet met bijhorende distilleerderijen, produceren ontsmettingsalcohol die kan worden verwerkt tot handgels voor medewerkers van ziekenhuizen en zorgcentra. Andere brouwerijen en drankenhandels doen letterlijk een duit in het zakje, schorten betaling van huurgelden voor horecazaken op, wisselen bier ouder dan de houdbaarheidsdatum gratis om, werken aan financieel ondersteunende maatregelen voor de horeca of lanceren vouchers die ingewisseld kunnen worden bij heropening van de horeca.
Bovenop het engagement van de brouwerijen zijn er de vele horecazaken die medewerkers van spoeddiensten en zorgcentra uit erkentelijkheid voor hun inzet trakteren op een maaltijd. Even goed zijn er horeca-ondernemers of -medewerkers met een verpleegdiploma die gaan werken in een ziekenhuis of een zorginstelling.
Gelijktijdig startten stads- en gemeentebesturen initiatieven op om lokale handels- en horecazaken te ondersteunen. Terrastaksen worden kwijt gescholden. Specifieke websites verwijzen naar horecazaken die een afhaalservice bieden.
Naast respect en solidariteit duiken er heel wat creatieve, innovatieve en inspirerende initiatieven op waaruit de sector kan leren voor de toekomst. Er worden virtuele bierproeverijen en skype-ritieven georganiseerd waarvoor men de noodzakelijke bieren aan huis bezorgt. Men houdt online fuiven, bootst een uitgangsbuurt na op internet en zorgt voor de muzikale omkadering en eventuele dating-sessies. Gesloten cafés installeren een afhaaltoog en brouwerijen gaan opnieuw – zoals vroeger – in een beperkte straal aan huis leveren, al dan niet met een bakfiets. Brasseries en eetcafés maken kookvideo’s over hun populaire gerechten opdat klanten toch een stukje sfeer en bierbeleving in huis kunnen halen.
Kortom, een hele waaier aan initiatieven die het sociaal engagement van de horeca en het sociale karakter van bier een nieuwe uitstraling geven. Solidariteit, respect, creativiteit, innovatie zijn slechts enkele woorden die omschrijven hoe brouwerijen, drankenhandels en horeca omgaan met de corona-crisis en hoe zij zich verweren tegen de keiharde realiteit van gesloten horecazaken en een onzekere toekomst.

Proeven en genieten op je gezondheid

Horecazaken, waaronder ook de vele bierspecialiteitencafés en -restaurants, zijn thans gesloten door de maatregelen die werden genomen om de verspreiding van het Covid 19-coronavirus tegen te gaan. Vertrouwde cafés, brasseries, bistro’s en restaurants bezoeken zit er bijgevolg niet in.
Dat neemt niet weg dat je nog steeds kan genieten van je favoriete bier. Drankenhandels, warenhuizen en voedingszaken zijn geopend. Misschien brengt ook een telefoontje of berichtje naar je herbergier of een blik op zijn Facebook-pagina enig soelaas. Sommigen zijn immers gestart met een afhaalservice, terwijl anderen misschien een krat uit hun voorraad verkopen. Daarnaast zijn er online platformen waarop je diverse bieren kan bestellen en sporadisch wordt er al eens een virtuele bierproeverij georganiseerd waarbij de te proeven bieren vooraf aan huis worden bezorgd.
Dat je thuis rustig kan proeven en genieten, is misschien de ideale gelegenheid om eens de voor jou minder bekende, nooit eerder of ooit eens geproefde bieren aan te kopen in de drankenhandel, de supermarkt of de voedingszaak in de buurt.
Voor wie gewoonlijk geen bier drinkt, is dit mogelijk het moment om de bierwereld vanuit het glas te ontdekken. Omdat je terecht komt in een voor jou onbekende wereld van aroma’s, smaken en nasmaken die worden opgewekt door het samenspel van gerst, hop, water, gist, kruiden en vruchten is het vaak moeilijk om daarin je weg te vinden. En dat zeker nu ook hout steeds meer een smaakmaker wordt.
Opdat je toch een zekere leidraad kan volgen, heb ik in de portfolio Bier verschillende artikels geplaatst die vertellen hoe je bier leert keuren en proeven en wat de impact is van de verschillende grondstoffen, micro-organismen en smaakmakers op bier.
Weldra volgen nog enkele bijdragen die je wat meer vertellen over verschillende aspecten van bierbeleving, en hoe je die ook thuis kan creëren.
Op je gezondheid!

75cl fles uitschenken

Bier uit blik of uit de fles ?

Bier in blik is niet meer weg te denken uit ons consumptiepatroon. Wanneer bier in blik tot enkele jaren geleden beperkt bleef tot pilsbieren en doordrinkbieren, worden er tegenwoordig steeds meer speciaalbieren ingeblikt.
Blikverpakking wordt vaak beschouwd als de ultieme verpakkingsvorm voor bier omdat bier hierin beter wordt afgeschermd tegen de negatieve invloed van licht en lucht. In vergelijking met de klassieke, donkerbruine, bierflessen beschermt blikverpakking beter tegen veroudering (‘lichtsmaak’ of ‘kattenpisaroma’) en oxydatie van de biersmaak.
Vroeger werd nog wel eens een typische blik- of ijzersmaak geproefd maar die komt nog nauwelijks voor omdat blikverpakking er kwalitatief is op vooruit gegaan en binnenin zijn voorzien van een beschermende coating. Het resultaat daarvan is dat er nog amper een smaakverschil is tussen bier uit de fles of uit blik.
Niettemin kan je nog kanttekeningen plaatsen bij bier in blik, en dat zeker in België, een bierland dat bekend is om zijn sprankelende bieren en zijn bieren met hergisting op fles. Het koolzuurgasgehalte van hetzelfde bier in fles of blik is verschillend omdat de maximale druk in een blik veel lager is om te vermijden dat het blik bol gaat staan of barsten. Voor pils- en doordrinkbieren tot zo’n 5,5 vol.% is er niet meteen een verschil omdat je binnen de limiet van de koolzuurgasdruk voor blikken blijft. Voor speciaalbieren wordt het een ander verhaal. Het koolzuurgasgehalte volgt principieel het alcoholgehalte van het bier; hoe sterker het bier, hoe hoger het koolzuurgasgehalte maar dat hogere koolzuurgasgehalte kan je niet bereiken in blikverpakking. Speciaalbieren uit blik zijn daardoor minder sprankelend, wekken een minder riante schuimkraag op en smaken ook lichtjes anders dan hetzelfde bier uit de fles. Koolzuur is immers nog altijd een zuur dat bijdraagt in de zoet-zuur-balans en de smaakbeleving van een bier. Om dat smaakverschil te compenseren, wordt bier voor blikverpakking soms wat kruidiger, hoppiger en zuurder gemaakt. Hergisting – die het verpakte bier nieuw leven inblaast – is uitgesloten tenzij je gaat pasteuriseren en de aanwezige gist gaat doden waardoor die geen effect meer heeft.
Voor speciaalbieren met hergisting en niet-hergiste speciaalbieren die sterker zijn dan pilsbier wordt meestal een variante gecreëerd. Bieren zoals oude geuze, roodbruin en saisons hebben immers hun sprankelend karakter en hun riante schuimkraag nodig voor een optimale bierbeleving.
De bierbeleving wordt ook anders wanneer je ingeblikt bier gaat proeven. Pils- en doordrinkbieren kan je rechtstreeks uit het blik drinken. Speciaalbieren schenk je dan weer beter uit in een glas, waardoor het al lagere koolzuurgasgehalte nog wat vermindert tijdens het uitschenken en de schuimvorming.
Is speciaalbier uit blik daarom slechter? Helemaal niet, net zoals bier van het vat of bier uit 75 cl.- flessen zal het lichtjes anders smaken en het lagere koolzuurgasgehalte zal ongetwijfeld een andere groep consumenten bekoren.

Bruine, groene of glasheldere flessen?

Einde januari kopten zowat alle media dat Stella Artois overschakelt van een bruine naar een groene fles, hoewel die groene fles al jarenlang wordt gebruikt voor de export. Meteen laaide de discussie op over het gebruik van groene of bruine flessen.
Groene flessen zouden veel meer licht doorlaten waardoor het bier veel sneller zou verouderen. Precies daarom schakelden brouwers vanaf de dertiger jaren van vorige eeuw massaal over op bruine flessen. Wetenschappers van de universiteiten van Gent en North Carolina hadden immers ontdekt dat lichtinval nadelig is en het bier een kwalijk geurtje geeft terwijl dat niet speelt bij bruine flessen. Een tekort aan bruin glas leidde er na de Tweede Wereldoorlog toe dat enkele brouwerijen, waaronder Heineken, voor hun exportbier teruggrepen naar groene in plaats van glasheldere flessen omdat die het bier beter beschermden tegen lichtinval. Het liet hen toe om het kwaliteitsaspect daadwerkelijk uit te spelen en het bier een meer luxueuze uitstraling te geven.
Omwille van de langere houdbaarheid vulden de meeste brouwers nadien opnieuw af in bruine flessen. Rond de eeuwwisseling werden nieuwe, groene glassoorten voorgesteld die ultravioletstralen absorberen en die het bier beter dan voorheen beschermen tegen lichtinval. Omdat pilsbier een snelle rotatie heeft en jong wordt gedronken, zal het ook niet anders smaken. Zo lang je bier donker en koel bewaart, is de kwaliteit ervan gewaarborgd.
Waarom worden bepaalde pilsbieren – de zogenaamde premium lagers of luxe-pilsbieren – dan afgevuld in groene flessen? Internationaal speelt de concurrentie van grote merken zoals Heineken en Carlsberg die al decennialang in groene flessen worden afgevuld. Groen omdat die kleur veel moderner, jonger en hipper oogt dan donkere, vuilbruine flessen. Omdat Stella Artois in het buitenland wordt gepositioneerd als een premium lager kreeg het jaren geleden al zijn groene fles. Dat AB Inbev de groene fles in eigen land introduceert, is niet verwonderlijk omdat men Stella Artois ook hier het imago van premium lager wil geven. Bovendien is het ook veel efficiënter om alle Stella Artois in dezelfde fles te bottelen.
Als bruine en hedendaagse groene flessen het bier beter beschermen tegen lichtinval, waarom gebruiken sommige merken dan heldere flessen? Opnieuw is het een verhaal van imago zij het dat men door het gebruik van aangepaste, meer bitterige, hopvariëteiten de lichtsmaak kan tegen gaan. Omdat de lichtsmaak zeer snel optreedt, worden deze bieren verpakt in gesloten kartonnen dozen en zo donker als mogelijk bewaard.

Biercultuur levendig houden

De Belgische biercultuur, die door de Unesco werd erkend als immaterieel werelderfgoed, is levendiger dan ooit. Zo blijkt uit het allereerste tweejaarlijkse evaluatierapport van het Observatorium van de Belgische Biercultuur. Door de Belgische biercultuur nauwgezet op te volgen, komt het Observatorium tegemoet aan de vraag van Unesco om zorgvuldig op te volgen hoe levendig die wel is sinds de erkenning ervan einde 2016.
Het rapport schetst alleszins een positief beeld van een dynamische, diverse en bruisende biercultuur maar plaatst hier en daar ook enkele kanttekeningen. Tegenover de groeiende interesse om zich op bier toe te leggen en de evolutie van bierfirma naar brouwerij rijst de vraag of allen zich wel kunnen handhaven in een beperkte, lokale markt. Meer dan terecht wordt gesteld dat men de buitenlandse ‘craft beer scene’ niet mag vergelijken met het Belgische verhaal van oprecht kleinschalige brouwerijen die zich moeten handhaven in een markt die al decennialang is doordrongen van ‘craft beer’.
Positief is ook de vaststelling dat de combinatie van bier en gastronomie steeds meer vanuit de basis wordt gedragen en dat koks spontaan biergerechten creëren en op de kaart zetten in bistro’s en restaurants. Het rapport looft verder de aandacht die uitgaat naar milieu, klimaatvriendelijk en duurzaam brouwen evenals naar het respect voor erfgoed waarbij voormalige brouwerijgebouwen die worden omgevormd tot culturele centra, woonzorgcentra of moderne woon- en kantoorsites. Even zo zijn er projecten waarbij huisbrouwerijen de motor worden in sites voor lokale tewerkstelling.
Ook verheugt het Observatorium zich over de toenemende mate waarin het brede publiek wordt betrokken bij biercultuur en bierbeleving in al zijn facetten. Het gaat dan niet alleen om talrijke evenementen en activiteiten maar ook om initiatieven om bijvoorbeeld de teelt van Schaarbeekse krieken, oude hopvariëteiten en brouwgerst te hervatten.
Maar, er worden ook uitdagingen voor de toekomst genoemd. Zo zijn jongeren nog nauwelijks geïnteresseerd in het verzamelen van bierattributen, dreigen Belgische bierstijlen ten onder te gaan aan ‘belgian style’-bieren die soms amper het authentieke bier evenaren en maken internationale bierconcours meermaals een zootje van de karakteristieken waaraan Belgische bierstijlen moeten beantwoorden.