Alchemie en oprechte authenticiteit


Verschenen in Bierpassie, nr. 92, september 2021

Sporadisch vind je het hexagram terug op eeuwenoude tekeningen van brouwerijen, op oude gevels of als uithangbord van brouwerijen in onder andere Duitsland. Rond 1500 was de zespuntige ster zelfs het logo van diverse brouwersgilden. Gevormd door twee driehoeken symboliseert de ster vuur, water, aarde en lucht die in evenwicht zijn. Later vervingen brouwers ‘aarde’ door ‘gerst’ en voegden zij er hop en gist aan toe om elk van de zes punten een betekenis te geven. Sommigen associeerden de brouwersster met occulte wetenschappen, duivels, demonen en de mysterieuze alchemie van het gistingsproces.
De stoutste dromen die de alchemisten van weleer koesterden, verbleken bij hedendaagse verhalen om bier ‘geloofwaardig’ in de markt te positioneren. Pilsbier, ontwikkeld halfweg de negentiende eeuw, ontstond vijf eeuwen vroeger, halfweg de veertiende eeuw. Uit nog gevulde honderd jaar oude flesjes gefilterd tafelbier van lage gisting wordt gist gerecupereerd om er hoge gistingsbieren mee te brouwen; magie waarvoor zelfs alchemisten hun hoed afdoen.
Dat geldt ook voor de als authentiek aangeprezen Indian Pale Ales met vluchtige, exotische aromahoppen waarvan middeleeuwse en vroeg-modernistische alchemisten alleen maar konden dromen. Dergelijke aromahoppen kwamen pas rond de eeuwwisseling tot stand, of ruim anderhalve eeuw na de Indian Pales Ales; zij staan dus ook niet op het ingrediëntenlijstje dat men in de oude ladekast van een hoevebrouwerij heeft gevonden.
Overigens vind je in die lade meermaals futuristische recepten. Op een ogenblik dat onze bieren nauwelijks zwaarder waren dan tafelbier vinden pseudo-alchemisten er recepten terug voor tripels, quadrupels, sterke blonde bieren en exotisch getinte Indian Pale Ales. Visionair en occulte wetenschap ten top; men had toen al de recepten van bierstijlen die meer dan een halve eeuw later zouden ontstaan en die nu – heel toevallig – commercieel aantrekkelijk zijn. Historische recepten voor succesvolle alcoholvrije bieren zijn jammer genoeg nog niet gevonden.
‘Story-telling’ is in maar ‘fake story-telling’ hangt als een vloek boven de geloofwaardigheid van alle brouwers die gepassioneerd vertellen over de wijze waarop zij soms met één mout- en één hopvariëteit een meesterlijk bier brouwen.
In kabouters of heksen die bier brouwen, geloven wij nog. Aan verhalen van ruziënde paters die de abdij verlieten en een eigen bier door derden laten brouwen, hechten wij geen geloof. Evenmin als aan door overnames gekochte en opgeklopte geschiedenis, rammelende nepverhalen en moderne alchemie. Dergelijke verhalen getuigen geenszins van de oprechte authenticiteit die men zo graag verkondigt.


Eervol maar stijlloos ten onder


Verschenen in Bierpassie nr. 91, juni 2021

Eervol maar stijlloos dreigt de Belgische brouwcultuur het slachtoffer te worden van zijn mondiaal succes. Overal worden Belgische bierstijlen geprezen en geïmiteerd, vaak zonder enig respect voor de originele recepturen. Creatieve brouwers geven meermaals een twist aan een specifieke bierstijl om zich te onderscheiden van hun concurrenten. Daarmee plaatsen zij zich wat buiten het respectieve segment maar surfen zij toch liefst mee op het succes van de geïmiteerde bieren.
Maar, het gaat niet alleen om brouwers die buiten imaginaire lijntjes kleuren. Omdat het ontbreekt aan eenduidige omschrijvingen van Belgische bierstijlen – uitgezonderd lambiekbieren – hanteren bierconcours uiteenlopende criteria en worden bierstijlen bij mekaar geklutst. Het volstaat om de indeling van de biercategorieën in diverse bierconcours naast mekaar te leggen. Onder de noemer ‘dark ale’ vind je dubbel trappistenbier, bruin bier, oud bruin bier, zwaar donker bier en zelfs donkere IPA’s. Elders voegt men er zelfs nog amberkleurige gerstewijnen bij; wanneer er wellicht te weinig inzendingen zijn, vervoegen stout en porters de categorie. Bij gearomatiseerde bieren gaat het van chocolade-, koffie-, oaked- en smoked-bieren tot fruitlambieken en zelfs milk stout of imperial stout die met chocolademout en gebrande mout worden gebrouwen.
Beschrijvingen van bierstijlen zijn nog erger. Een Belgische tripel heeft, afhankelijk van het bierconcours, een alcoholgehalte tussen 7 en 10 volumeprocent of van 7,5 tot 10,5 volumeprocent. De kleur mag schommelen tussen 8 en 18 EBC, tussen 10 en 25 EBC of zelfs tussen 10 en 33 EBC. Diezelfde tripel mag een bitterheid tussen 15 en 45 EBU laten optekenen, maar het kan even goed tussen 20 en 40 EBU of tussen 20 en 45 EBU zijn. Een saison mag met koriander worden gemaakt, extreem gehopt zijn of gegist worden met Brettanomyces. Soms worden trappisten- en abdijbieren – die enkel wat vertellen over de herkomst – beschouwd als een aparte bierstijl.
Consumenten zien door het bos de bomen niet meer. En menig brouwer wellicht ook in zoverre dat sommigen zelfs weigeren om deel te nemen aan bierconcours. Zij weten amper in welke categorie zij worden gerangschikt en met welke andere bieren zij worden vergeleken. Het is dan ook de hoogste tijd dat de Belgische Brouwers in overleg met wetenschappers een Belgisch bierstijlenboek opstellen. Niet alleen om in eigen land duidelijkheid te creëren over wat bijvoorbeeld een pils, een saison, een tripel, een roodbruin, een oud bruin of een bruin bier is. Even goed om te vermijden dat buitenlandse organisaties ons komen vertellen waaraan een Belgische bierstijl moet beantwoorden. Stel je voor dat Amerikanen gaan bepalen hoe een Bordeaux-wijn of een Champagne moeten zijn? De Fransen zouden onthutst zijn, de wereld zou te klein zijn. Maar, het kleine België is ziende blind en ondergaat het allemaal.


Failliet dreigt voor Belgische biercultuur


Het failliet dreigt voor de Belgische biercultuur in al zijn geledingen. Vijf jaar geleden beschouwde de Unesco werelderfgoedorganisatie de Belgische biercultuur als een belangrijke schakel in de Belgische identiteit en een essentieel onderdeel van het sociaal-cultureel weefsel in ons land. Nu staat diezelfde Belgische biercultuur zwaar onder druk.
De horeca-sluiting was noodzakelijk om de impact van de covid19-pandemie te beperken, maar nu lijkt het erop dat een hele sector met al zijn vertakkingen in economie en samenleving wordt geslachtofferd door de tweede, half jaar lange, sluiting. Welgekomen steunmaatregelen hebben een virtuele situatie gecreëerd waarvan men de reële impact niet kan inschatten. Einde 2020 waren er in ons land nog 61.000 horecazaken; studies voorspellen een vermindering daarvan met 20 tot 30% of zelfs meer.
In het zog van de horeca wordt een breed spectrum aan toeleveringsbedrijven meegesleurd, van brouwerijen en drankenhandelaars tot koffieverdelers, horeca-groothandels en tal van andere horecagebonden activiteiten. Brouwerijen en drankenhandelaars dreigen het gelag te betalen omdat zij vaak eigenaar of huurder zijn van horecapanden. Vorig jaar scholden zij al meer dan 20 miljoen euro kwijt aan huurgelden. Daar bovenop komt nog de kostprijs van bier dat niet verkocht kon worden. Ging het tijdens de eerste lock down vooral om doordrinkbieren, dan nadert nu de houdbaarheidsdatum van speciaalbieren en degustatiebieren die begin vorig jaar werden afgevuld en niet verkocht konden worden.
Nadat er de voorbije weken al verhalen opdoken van – vaak iconische – horecazaken die het faillissement aanvroegen, die overwogen dat te doen of die op de valreep gered konden worden met crowdfunding, worden nu de eerste signalen opgetekend van brouwerijen en herbergbrouwerijen die ermee willen stoppen.
Bovenop die keiharde economische realiteit speelt het sociale belevingsaspect van bier als motor van het door de Unesco erkende immaterieel erfgoed dat de Belgische biercultuur is. Denk maar aan de vele festivals tijdens dewelke kleine en grote brouwers hun bieren konden voorstellen. Evenementen die duizenden bezoekers trokken, worden soms voor het tweede jaar uitgesteld waardoor de respectieve organisatoren aankijken tegen een financiële aderlating die hun voortbestaan bedreigt.
Dergelijke evenementen waren meermaals aanleiding voor toeristische activiteiten waarin de biercultuur hoogtij vierde met open-brouwdagen, bierwandelingen, biergastronomische arrangementen, bierproeverijen en -workshops. Zij effenden dikwijls het pad voor wie een brouw- of zythologenopleiding wou gaan volgen en voor wie een bierspeciaalzaak of bierrestaurant wou uitbouwen. Duizenden mensen, organisaties, mannen en vrouwen, professionelen en amateurs droegen, volgens het Observatorium van de Belgische Biercultuur, bij aan de verdere ontwikkeling van de biercultuur.
Die eeuwenlange, diep verankerde, rijke en uiterst verscheiden biercultuur die het bindweefsel is van onze socio-culturele maatschappij en onze internationale uitstraling dreigt ons te ontvallen. Afhankelijk van de perspectieven die wetenschappers aanreiken, van de wijze waarop beleidsverantwoordelijken die vertalen en van de manier waarop deze samenleving zich toekomstgericht covid19-veilig wil gedragen en organiseren, kan de Belgische biercultuur heropleven. De roep om de Belgische biercultuur te redden, mag een jaar na de start van de covid19-pandemie luider en nadrukkelijker klinken dan voorheen.

(De archieffoto uit 2019 illustreert biercultuur en bierbeleving en wil Zythos noch een andere organisatie in diskrediet brengen).


Innoverend of gewoon nieuw?


Verschenen in Bierpassie nr. 89, december 2020

Tegenwoordig is het in om te verkondigen dat gevestigde brouwerijen niet innoveren en dat craft brewers veel creatiever zijn. Het volstaat dat twee brouwerijen aankondigen dat zij de productie van hun spéciale belge-bier beëindigen om te vertellen dat de Vlaming die bierstijl niet meer zou lusten.
Heel merkwaardig, want de voorbije jaren hebben uitgerekend verschillende jonge brouwerijen ‘geïnnoveerd’ met, jawel, spéciale belge-bieren. Franc Belge (De Ranke), Spéciale Belge (De Poes), Troubadour Spéciale (The Musketeers), Speciale Belge (Remise) en ongetwijfeld nog anderen presenteerden hun spéciale belge. Vraag is of je dat allemaal innovaties mag noemen, want dat begrip wordt steeds meer uitgehold.
Het Engelse ‘innovation’ kan je op twee manieren vertalen, als ‘nieuwigheid’ of als ‘innovatie’ wat een hemelsbreed verschil is. Nieuwigheid slaat op de invoering van een nieuw product. Innovatie wordt – althans in het Engels – veel meer gepreciseerd. Het moet duidelijk gaan om iets nieuw, iets origineel, iets verbeterd dat een effectieve meerwaarde creëert of een competitief en commercieel voordeel oplevert.
Als je dit toepast op de bierwereld dan is het aantal ‘echte’ innovaties beperkt. Ruim een eeuw geleden was de spéciale belge een innovatie. Pierre Celis innoveerde met een Belgisch witbier met toetsen van koriander en curaçao. Meer recent zijn ‘quadrupel’, ‘barrel aged’ en ‘oaked’ dat ook. Bieren die nu worden gebrouwen met oergranen en alternatieve granen kan je innoverend noemen omdat het brouwproces moet worden aangepast, net zoals alcoholvrij bier brouwtechnisch innoverend was.
Met een open geest kan je zelfs de nieuwe Indian Pale Ales een innovatie noemen omdat zij niet met Engelse bitterhoppen maar met ‘exotische’ aromahoppen worden gebrouwen. Om het even welk bier dat wordt voorgesteld een innovatie noemen, is te opportunistisch. Wat ongewone ingrediënten gebruiken om media-aandacht te genereren, is evenmin innovatief. Een bakker die twintig identieke taartbodems een andere garnituur geeft, zet toch ook geen twintig innovaties in de etalage. Even goed innoveert de keukenchef niet omdat hij dezelfde provençaalse saus gebruikt om zijn steak, kipfilet, visgerecht, mosselen, pasta en rijst een andere toets te geven.
Laat ons bijgevolg wat zuiniger omspringen met het begrip innovatie en gewoon wat meer spreken over nieuwe bieren.


Klink op de toekomst van spéciale belge


‘Vlaanderen lust ze niet meer’ kopt Het Nieuwsblad bij berichtgeving over de beslissing van Alken-Maes en AB Inbev om te stoppen met de productie van respectievelijk Op-Ale en Ginder Ale. Aangeven dat de ‘spéciale belge’-stijl niet meer aanslaat, is heel kort door de bocht gaan. Wanneer wat eens een nationaal merk was, wordt gereduceerd tot een lokaal, nauwelijks ondersteund, biertje is het normaal dat de verkoop instort.
Spéciale belge was ooit het paradepaardje van de Belgische brouwers. De bierstijl ontstond in 1905 na een wedstrijd waarin Belgische brouwers werden gevraagd om te innoveren met een alternatief voor Tsjechisch-Duitse pilsbieren en Engelse ales die aan populariteit wonnen tegenover de ‘dunne’ Belgische bieren. Het resultaat werd het koperkleurige doordrinkbier, ongeveer even sterk als een pilsbier en met een mooie balans van mout, hop en gist in aroma en smaak. Tijdens de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958 triomfeerde de spéciale belge alom. De Koninck, Spéciale Palm, Tonneke, Ginder-Ale, Op-Ale, Horse Ale, Skipper Ale, Spéciale Aerts, Vieux-Temps, Special De Ryck, Super 64 en vele anderen sierden de verscheidenheid aan spéciale belge-bieren. Wie er geen in het aanbod had, presenteerde Engelse ales zoals Martin’s Pale Ale, Watneys, Whitbread of McEwans.
Middelgrote en grote brouwerijen zetten halfweg jaren tachtig massaal in op witbieren. Wanneer einde jaren tachtig de brouwerijgroepen Alken-Maes en Inbev worden gevormd en diverse brouwerijen worden gesloten, verdwijnen spéciale belge-bieren uit hun interessesfeer. Palm en De Koninck worden ertoe gedwongen om een voortrekkersrol op te nemen in het segment maar ontberen de mogelijkheden voor een echt nationale positionering. Bij de eerste exportinitiatieven naar Nederland wordt de spéciale belge verbasterd tot ‘amber’, louter verwijzend naar de koperachtige kleur. Nadien wordt de spéciale belge ook in eigen land verloochend tot ‘amber’, een gekleurd biertje naast wit en bruin.

Speciale Belge Streekproduct
Speciale Belge wordt in 2008 erkend als Streekproduct.be.
Speciale Belge beer 2010
De Spéciale Belge-brouwers gaan in 2010 voor een Europese erkenning.

Wanneer spéciale belge in 2008 wordt erkend als Streekproduct.be, wordt een eerste stap gezet naar een nieuw imago. Na een gezamenlijke bijeenkomst van de spéciale belge-brouwers op 19 februari 2009 wordt de spéciale belge omschreven als “een amberkleurig bier van hoge gisting met een alcoholgehalte van ongeveer 5 Vol%, met een fruitig en of licht gerookt gistingsaroma, een moutige smaak die gaat van honingachtige karamel tot licht gebrand en met een zachte bitterheid van overwegend aromatische hop. Het samenspel tussen gist, mout en hop geeft de karakteristieke volmondigheid en de zacht uitvloeiende nadronk.”
Het initiatief effent het pad om de speciale belge-bieren in aanmerking te laten komen voor het Europese label van de Beschermde Geografische Aanduiding (BGA). In juli 2010, werd het dossier ingeleid, maar het stuit op verzet omdat ‘bières spéciales belges’ slaat op alle Belgische ‘speciaalbieren’, een term die begin jaren tachtig werd gelanceerd. Het hele dossier gaat ‘Terug naar af’ en daar zit het nog steeds.
Nu toeteren dat spéciale belge het brouwen niet meer waard is omdat twee merken het voor bekeken houden, is voorbarig. De overgebleven gepassioneerde spéciale belge-familiebrouwers – Palm, De Ryck, De Koninck, Contreras, Haacht, Silly – die zich in 2010 engageerden voor de Europese erkenning van spéciale belge te buigen, moeten misschien eens opnieuw samen komen. Bieren zoals Franc Belge van De Ranke of De Poes Speciale Belge die recent werden voorgesteld kunnen misschien de rangen vervoegen en een nieuwe dynamiek creëren om de spéciale belge opnieuw in de schijnwerper te plaatsen.
Laat ons niet wachten tot de spéciale belge als bierstijl wordt geherdefinieerd door overzeese brouwers en bierliefhebbers. Waartoe dat kan leiden, heeft de recente opmars van de India Pale Ale (IPA) aangetoond. Een stevig bittergehopt bier dat oorspronkelijk werd gebrouwen met typisch Engelse hopvariëteiten is een mislukte kloon geworden met Amerikaanse citrushoppen die het licht bitterdroog zuurtje van de IPA van weleer ombogen tot een meer intense vaak fruitig, citrusachtig aroma.
Belgische brouwers, ga er tien jaar later opnieuw voor en klink op de toekomst van spéciale belge!


Ga voor het volgende, lekker glas bier


Verschenen in Bierpassie nr. 88, september 2020

Wat is een goed, lekker, glas bier? Welke bierstijl of welk merk, het maakt niet uit. Een goed, lekker, glas bier is datgene waarvan je een volgende glas bestelt. Dat hoeft niet na mekaar, het kan zelfs maanden later zijn dat je zegt: “Dat ga ik nu nog eens drinken”.
Het klinkt misschien eigenaardig, maar daar draait het allemaal om. Fiere brouwers maken er een uitdaging van om zoveel maal hetzelfde bier te brouwen om van klanten hun ambassadeurs, te maken. Daarin verschillen zij van veel microbrouwers en ‘craft brewers’ (what’s in a name?) die eenmalige bieren brouwen.
Er worden extra hoppen, zuren of ongewone ingrediënten aangesleept om media-aandacht te genereren. Op lijstjes van ‘beer geeks’ worden zij afgevinkt, waardoor die zappende consumenten weerom een trap hoger staan op een bierladder. Eén teug volstond om online te scoren. Een tweede glas wordt niet besteld: vandaag niet, morgen niet, volgende week niet, nooit!
Zijn dit de bierliefhebbers die gepassioneerde brouwers willen? Waarschijnlijk niet. Zijn dit de brouwers die het bierpatrimonium levendig gaan houden? Waarschijnlijk ook niet. Het enige wat hen aanbelangt, is elke liter verkopen om hun brouwproject te kunnen afbetalen. Omdat die ‘beer geek’ niet weerkeert voor hetzelfde bier, maakt het niet uit of dat bier geïnfecteerd, medicinaal, ranzig, vegetaal of muf is. Houdbaarheidsdata worden ver vooruit gezet om het bier verkocht te krijgen via distributie en invoerders. Stevig aromatisch gehopte bieren krijgen bijvoorbeeld een houdbaarheidsdatum tot twee jaar vooruit, terwijl uit proeverijen blijkt dat er na zes maanden niet veel hoppigheid meer te bespeuren valt.
Beste brouwfanaten, u speelt met het imago van Belgisch bier. Niemand, in eigen land of waar ook ter wereld, valt voor minderwaardig Belgisch bier. Samen met de houdbaarheidsdatum de botteldatum vermelden, is geen overbodige luxe. En, misschien nog belangrijker, proef je bier voor je het op de markt brengt. Mislukte brouwsels werden vroeger verkocht aan gecombineerde bier- en azijnbrouwerijen. Nu worden zij te gemakkelijk bestempeld als ‘Belgian sour ale’ en wereldwijd uitgevoerd. Daarmee ondermijnen zij het kwaliteitsimago waaraan Belgische brouwers decennialang hebben gewerkt. En de buitenlandse invoerders en consumenten? Die ontdekken wel snel een goede lokale brouwer. Liever een lokaal gebrouwen kwalitatieve ‘Belgian style’ dan een origineel Belgisch bier dat niet aanspoort tot een volgend glas.


Welke biercultuur na corona?


Verschenen in Bierpassie nr. 87, juni 2020

363 brouwerijen, 262 bierfirma’s, 7 bierstekerijen, 15.075 cafés, 33.633 eetgelegenheden, 5,3 horecazaken per duizend inwoners. De cijfers van brouwerijen, bierfirma’s en stekerijen werden begin maart verspreid door Zythos, de horeca-cijfers dateren van eind 2018 omdat meer recente gegevens niet beschikbaar zijn.
De voorbije tien jaar is het horeca-aandeel in het gezinsbudget gestegen van 4,9% naar 6,6%, terwijl dat voor kledij is gedaald van 5,3% naar 4,6%. 85% van de toeristen beveelt Vlaanderen aan als een bestemming waar je lekker kan eten en drinken, terwijl ‘slechts’ 80% de kunststeden 63% het kunst- en cultuuraanbod aanprijst.
Zes op tien Belgen verkiezen bier op café omwille van het unieke kader (51%), het gemoedelijke
karakter (38%) en het bredere aanbod (37%). 70% van het Belgisch bier wordt uitgevoerd en maakte van België zelfs de grootste bierexporteur ter wereld.
Cijfers die de immense belangrijkheid van onze bier-, eet- en tafelcultuur illustreren aan de vooravond van de corona-crisis. ‘Fier op ons bier’ was geen holle slogan, het was een begrip, een levenswijze die door de Unesco zelfs werd erkend als immaterieel cultureel erfgoed, net zoals bijvoorbeeld de Franse gastronomie of de mediterrane eetcultuur.
Hoe gaat die biercultuur eruit zien in het post-corona-tijdperk? Tientallen jonge brouwers hebben duizenden euro’s geïnvesteerd in kleine tot middelgrote installaties, flessen, glazen en promotiemateriaal. Elk verkocht glas bier was broodnodig voor hun afschrijvingen. Brouwerijen liggen stil, het horecakanaal met zijn zonnige terrassen en zijn biergastronomische menu’s is gesloten, verkoopcijfers zijn ingezakt, pilootprojecten zijn opgeschort of geschrapt, export verloopt moeizaam en buitenlandse toeristen blijven eveneens in eigen land.
Begin mei gaat het nog altijd over de sinds half maart stilgelegde voetbalcompetitie, de geschrapte wielerkalender, gesloten musea en tentoonstellingen. Over door de Unesco erkend immaterieel erfgoed, wat de Belgische biercultuur is, wordt niet gesproken. Hooguit wordt er gesproken over de – terechte – noodzaak voor een horeca-herstelplan maar hoe wij die biercultuur met zijn interactieve bierbeleving terug op gang gaan trekken? Daarover mogen politici, overheden, toeristische diensten en belangenorganisaties zich eens bezinnen, tussen pot en pint, en wellicht nog niet aan de hoek van de toog.


Red onze bier-, eet- en tafelcultuur


Red onze biercultuur, onze eet-, drink- en tafelcultuur als basispijler van het toerisme! Diverse onderzoeken toonden de voorbije jaren aan dat 85% van de toeristen Vlaanderen zou aanraden als toeristische bestemming waar je lekkere streekproducten kan eten. Daarmee scoort onze eet-, drink- en tafelcultuur hoger dan de kunststeden (80%), het kunst- en cultuuraanbod (63%) en onze geschiedenis (51%).
Vlaanderen zou dit jaar zelfs de gastregio zijn voor het zesde UNWTO World Forum on Gastronomy Tourism. Het zou de kroon zijn op jarenlang volgehouden inspanningen om Vlaanderen te promoten als een culinaire topbestemming. De actualiteit, met de doorbraak van het Covid 19-virus, heeft er helaas anders over beslist.
Meer dan 20.000 Vlaamse horeca-ondernemers stonden klaar om toeristen dagelijks in hun cafés, bistro’s en sterrenrestaurants te verwennen met iconische bieren, legendarische streekgerechten en verfijnde en creatieve maaltijden.
Het vakmanschap van brouwers, chocolatiers, wijnbouwers, jenever- en whiskystokers wordt internationaal geprezen. Talentvolle keukenchefs geven het beste van zichzelf. Vrijwel nergens anders ter wereld is het verschil tussen de sterrenkeuken en de dagelijkse gastronomie als het ware zo klein. Over het algemeen kan je in ons land overal lekker én gezellig eten; dat weten de buitenlandse toeristen maar al te goed.
Reizen in en naar België staat voor met volle teugen genieten en intensief beleven van authentieke verhalen van gepassioneerde brouwers, chocolatiers en streekproducenten. Even zo aanhoren bezoekers de anekdotes van cafébazen die een perfect glas bier schenken aan klanten op hun terras.
Die, in het buitenland ongeëvenaarde terrascultuur als uiting van onze biercultuur, dreigen wij nu te verliezen. Volksgezondheid primeert boven alles, laat daarover geen twijfel bestaan. Het toepassen van preventiemaatregelen wordt geen sinecure in een sector die in de huidige belevingseconomie wordt beschouwd als een sociale ontmoetingsplaats.
Ondersteuning, duidelijkheid, éénduidigheid en concrete perspectieven zijn dringend nodig om onze gastvrije Bourgondische eet-, drink- en tafelcultuur veilig te stellen als basispijler voor het dag- en verblijfstoerisme van 85% van de binnen- en buitenlandse gasten.


Bier en horeca als sociaal bindmiddel


Bier wordt gepositioneerd als een conviviaal product, als een drank die je bij voorkeur in gezelschap drinkt. Tussen pot en pint brengt bier mensen van alle leeftijden, rang en stand samen. Helaas is daar nu, tijdens de corona-crisis, weinig van te merken want horecazaken zijn gesloten en sociale contacten zijn beperkt.
Maar, het sociale aspect van bier blijft overeind, ook al uit het zich nu vooral in het sociaal engagement en de sterke lokale verankering die veel brouwerijen al jaar en dag kenmerken. Brouwerijen, al dan niet met bijhorende distilleerderijen, produceren ontsmettingsalcohol die kan worden verwerkt tot handgels voor medewerkers van ziekenhuizen en zorgcentra. Andere brouwerijen en drankenhandels doen letterlijk een duit in het zakje, schorten betaling van huurgelden voor horecazaken op, wisselen bier ouder dan de houdbaarheidsdatum gratis om, werken aan financieel ondersteunende maatregelen voor de horeca of lanceren vouchers die ingewisseld kunnen worden bij heropening van de horeca.
Bovenop het engagement van de brouwerijen zijn er de vele horecazaken die medewerkers van spoeddiensten en zorgcentra uit erkentelijkheid voor hun inzet trakteren op een maaltijd. Even goed zijn er horeca-ondernemers of -medewerkers met een verpleegdiploma die gaan werken in een ziekenhuis of een zorginstelling.
Gelijktijdig startten stads- en gemeentebesturen initiatieven op om lokale handels- en horecazaken te ondersteunen. Terrastaksen worden kwijt gescholden. Specifieke websites verwijzen naar horecazaken die een afhaalservice bieden.
Naast respect en solidariteit duiken er heel wat creatieve, innovatieve en inspirerende initiatieven op waaruit de sector kan leren voor de toekomst. Er worden virtuele bierproeverijen en skype-ritieven georganiseerd waarvoor men de noodzakelijke bieren aan huis bezorgt. Men houdt online fuiven, bootst een uitgangsbuurt na op internet en zorgt voor de muzikale omkadering en eventuele dating-sessies. Gesloten cafés installeren een afhaaltoog en brouwerijen gaan opnieuw – zoals vroeger – in een beperkte straal aan huis leveren, al dan niet met een bakfiets. Brasseries en eetcafés maken kookvideo’s over hun populaire gerechten opdat klanten toch een stukje sfeer en bierbeleving in huis kunnen halen.
Kortom, een hele waaier aan initiatieven die het sociaal engagement van de horeca en het sociale karakter van bier een nieuwe uitstraling geven. Solidariteit, respect, creativiteit, innovatie zijn slechts enkele woorden die omschrijven hoe brouwerijen, drankenhandels en horeca omgaan met de corona-crisis en hoe zij zich verweren tegen de keiharde realiteit van gesloten horecazaken en een onzekere toekomst.


Proeven en genieten op je gezondheid


Horecazaken, waaronder ook de vele bierspecialiteitencafés en -restaurants, zijn thans gesloten door de maatregelen die werden genomen om de verspreiding van het Covid 19-coronavirus tegen te gaan. Vertrouwde cafés, brasseries, bistro’s en restaurants bezoeken zit er bijgevolg niet in.
Dat neemt niet weg dat je nog steeds kan genieten van je favoriete bier. Drankenhandels, warenhuizen en voedingszaken zijn geopend. Misschien brengt ook een telefoontje of berichtje naar je herbergier of een blik op zijn Facebook-pagina enig soelaas. Sommigen zijn immers gestart met een afhaalservice, terwijl anderen misschien een krat uit hun voorraad verkopen. Daarnaast zijn er online platformen waarop je diverse bieren kan bestellen en sporadisch wordt er al eens een virtuele bierproeverij georganiseerd waarbij de te proeven bieren vooraf aan huis worden bezorgd.
Dat je thuis rustig kan proeven en genieten, is misschien de ideale gelegenheid om eens de voor jou minder bekende, nooit eerder of ooit eens geproefde bieren aan te kopen in de drankenhandel, de supermarkt of de voedingszaak in de buurt.
Voor wie gewoonlijk geen bier drinkt, is dit mogelijk het moment om de bierwereld vanuit het glas te ontdekken. Omdat je terecht komt in een voor jou onbekende wereld van aroma’s, smaken en nasmaken die worden opgewekt door het samenspel van gerst, hop, water, gist, kruiden en vruchten is het vaak moeilijk om daarin je weg te vinden. En dat zeker nu ook hout steeds meer een smaakmaker wordt.
Opdat je toch een zekere leidraad kan volgen, heb ik in de portfolio Bier verschillende artikels geplaatst die vertellen hoe je bier leert keuren en proeven en wat de impact is van de verschillende grondstoffen, micro-organismen en smaakmakers op bier.
Weldra volgen nog enkele bijdragen die je wat meer vertellen over verschillende aspecten van bierbeleving, en hoe je die ook thuis kan creëren.
Op je gezondheid!

75cl fles uitschenken