Pientere jonge ‘craft brewers’ recupereerden ooit biergist uit flesjes van hun favoriete bier hopend om het te kunnen nabootsen, maar die tijd lijkt voorbij.
Toen de ‘craft beer’-rage een twintigtal jaar geleden losbarstte, droomde menig enthousiaste brouwer ervan om zijn Westmalle Tripel, Duvel, Orval of een ander uniek en alom geprezen bier te kunnen nabrouwen. Omdat bieren met hergisting op fles toen soms nog zichtbare hoeveelheden gistdepot bevatten, werd die gist gerecupereerd en opgekweekt tot een eigen gistcultuur waarmee men verder ging brouwen. Sommigen hadden altijd een leeg flesje op zak opdat zij tijdens een cafébezoek – of beter nog, een brouwerijbezoek – om het eventuele gistdepot van hun favoriete bier mee huiswaarts te nemen. Anderen trokken dan weer hun stoute schoenen aan en stapten naar brouwerijen met de vraag of zij wat gist konden kopen. Was het niet om gezondheidsredenen dan was het omdat hun opa of oom duivenliefhebber was en gist voedzaam en gezond was voor wedstrijdduiven.
Keken brouwers aanvankelijk nog geamuseerd toe, dan wijzigden zij daarna hun strategie. De verkoop van biergist werd strikt beperkt of verboden. Ook werd de hoeveelheid gist per brouwsel strakker gedoseerd en werd er overgeschakeld op specifieke bottelgisten. Die bottelgisten waren geenszins familie van de gistculturen die men gebruikte om het bier te brouwen. Het zijn veeleer bakkersgisten die het beetje suiker dat werd toegediend voor de hergisting op fles omzetten in alcohol en koolzuur zonder mogelijke beïnvloeding van de smaak van het bier. Bovendien krijg je dankzij die bottelgist sneller een stabiele smaak in je bier en ga je de veroudering enigszins tegen. Bijkomend voordeel van die bottelgist is dat die beter op de bodem van het flesje blijft kleven wat dan weer het uitschenken vergemakkelijkt.
Omdat de bottelgist totaal verschillend is van de gebruikte hoofdgist zal het brouwen van een eigen ‘Westmalle Tripel’, ‘Duvel’ of ‘Orval’ bijgevolg een droom blijven.