Liebig, jawel, die van de vermaarde bouillonblokjes, leverde onrechtstreeks een belangrijk bijdrage tot de bierwereld.
Het klinkt misschien eigenaardig maar de Duitse chemicus Justus von Liebig zocht als pionier inzake toegepaste scheikunde naar chemische verklaringen voor tal van fysiologische processen. Alvorens in 1865 ‘Liebig vleesextracten’ op te richten dat zich specialiseerde in vleesbouillon, had zij zich sinds 1840 toegespitst op de minimale voedingsstoffen die planten nodig hebben voor een optimale groei. Daartoe had hij aan de universiteit van München een laboratorium ingericht. Tot één van zijn belangrijkste uitvindingen behoorde kunstmest op basis van nitraat. Praktijkgerichte proeven daarmee leidden ertoe dat de akkers die hij ermee bemestte in 1845 tot de meest vruchtbare plekken van Duitsland behoorden. Dat succes ontging de landbouwsector niet. De kunstmest gaf landbouwers immers de gelegenheid om hun bodem te verbeteren waardoor zij konden overschakelen op meer rendabele gewassen. Begin twintigste eeuw haalde België door het gebruik van kunstmest wereldwijd zelfs het hoogste rendement voor gerst terwijl ook de opbrengst voor tarwe verdubbelde. Met de introductie van kunstmest verdween wellicht de destijds voor lambiek gebruikte tarwesoort ‘Rosse van Brabant’ evenals de spelt die als brouwgraan werd gebruikt voor de typische saisons.
Maar, in 1861 stelde Von Liebig zijn uitvinding van kunstmest openlijk in vraag. Verder onderzoek wees op uitputting van de bodem en het leven daarin door niet oordeelkundig gebruik van kunstmest. Omdat ook de kwaliteit van de geteelde gewassen hieronder leed, pleitte hij voor duurzame ‘kringlooplandbouw’ waarbij stoffen die uit de bodem worden onttrokken, zoals stikstof, er opnieuw ingebracht worden. Uiteindelijk duurt het nog tot in de eenentwintigste eeuw alvorens die boodschap ruime weerklank krijgt dankzij wat wij nu kennen als regeneratieve landbouw.
Zo ook in België, waar in 2019 het Pure Local-project werd opgestart door mouterij Belgomalt (Boortmalt) in samenwerking met landbouwcoöperatieve Cultivaé die er mede op toeziet dat brouwgerst wordt geteeld volgens regeneratieve landbouwtechnieken geteeld wordt. Verspreid over België participeren zo’n 120 landbouwers in het Pure Local programma dat in 2025 zo’n 9.000 ton kwalitatief goede brouwgerst opleverde. Bij regeneratieve teelt worden na de oogst bodem bedekkende gewassen, zoals zonnebloemen, klaver en de paars-blauwe facelia, geplant om het bodemleven en het humusgehalte te bevorderen. Ook wordt er organisch bemest en wordt de grond minimaal geploegd om de bodem te beschermen en aanzienlijk te verbeteren.
In de praktijk leidde het ertoe dat menig brouwerij al lokaal geteelde gerst uit regeneratieve landbouw laat vermouten. Brouwerij Huyghe werd recent de eerste brouwerij die twee bieren – Delirium Tremens en het alcoholvrije Delirio – volledig produceert met zelfs klimaatneutraal gemoute en vervoerde gerst.