De warme kamer is niet meer weg te denken in menig brouwerij. Na het bottelen komt het bier hier tot rust en starten gist en suiker met de hergisting op fles.
Het principe van de warme kamer waarin het afgevulde bier, afhankelijk van het individuele bier en de gebruikte bottelgist, gedurende één tot zes weken bij een constante temperatuur tussen 20 en 25°C vertoeft is relatief jong. Bovenal is hergisting op fles een techniek waarin de Belgische brouwers zich succesvol hebben bekwaamd.
Hergisting op fles was oorspronkelijk een techniek om veroudering van het bier tegen te gaan. Afvulinstallaties waren niet zo performant als tegenwoordig waardoor er al eens wat zuurstof achter bleef in de flessenhals. Daartoe werd voor het bottelen aan het bier een kleine hoeveelheid suiker en nieuwe gist toegevoegd. Tijdens de hergisting zette de gist de suikers om in alcohol en koolzuurgas en werd mogelijk aanwezige zuurstof opgeslokt. Evident was het niet om de juiste dosering gist en suiker te vinden en ervoor te zorgen dat de hergisting vrij snel op gang kwam.
Uiteindelijk kwam Jozef Van Steenberge van de gelijknamige brouwerij in Ertvelde daarvoor in 1981 op het idee om een verwarmde opslagplaats in te richten waarin het bier tussen 18-22°C werd gestockeerd. Na enige tijd zorgde hij voor luchtcirculatie waarbij de warme lucht werd rondgestuwd en het overal even warm was in de ‘warme kamer’. Daardoor kwam de hergisting gelijkmatig op gang in alle flessen ongeacht of die op de vloer of hoog tegen het plafond waren gestapeld. Men kreeg de hergisting veel beter onder controle waardoor de techniek spoedig werd overgenomen door alle brouwerijen van speciaalbieren. Hergisting op fles groeide zo uit tot een typisch kenmerk van de Belgische brouwcultuur. Dankzij de hergisting wordt het bier iets sterker en meer sprankelend en kan je het ook beter bewaren.
Buitenlandse brouwerijen imiteren het concept vaak maar krijgen het zelden onder de knie. Men probeert het wel veelvuldig maar meestal blijft het beperkt tot een ‘limited edition’ omdat het ook niet evident is om telkens weer dezelfde kwaliteit te garanderen want de op dat ogenblik gebruikte gistcultuur bepaalt wanneer en hoe intensief hij werkt. In optimale omstandigheden begint de gist al na enkele uren te werken en vermenigvuldigt hij zich volop. In het slechtste geval gaat de gist ‘liggen’, sterft hij af en is het bier kapot.