Felle, zomerse onweders met onstuimige ruk- en valwinden jagen hoptelers de schrik om het lijf want dan dreigt de hopduvel genadeloos toe te slaan en hopvelden neer te slaan.
Naarmate de zomer vordert, worden hopvelden herschapen in dichte groene hagen waarbij de hopranken met hun forse bladeren en duizenden hopbellen tot 6-7 meter hoog kronkelen langs een dunne leidraad die hen tot aan de horizontale staaldraad brengt die de in de grond geheide houten staken in lijn met mekaar verbindt.
In de periode waarin de hopvelden tot volle ontwikkeling komen, zijn hoptelers bevreesd voor de hopduvel die mogelijk door hun velden raast. Daarmee wordt dan verwezen naar felle warmte-onweders met krachtige rukwinden die de leidraden losrukken van de horizontale staaldraad en zo een hopveld kunnen neerleggen. Meestal kan men de gevelde, loodzware, hopranken wel terug optrekken en opbinden maar er moet toch rekening worden gehouden met een opbrengstverlies.
Hoewel de hopteelt spontaan wordt geassocieerd met de regio rond Poperinge, vindt de hopduivel of hopduvel zijn oorsprong in Asse. Samen met Affligem, delen van het Pajottenland en het Land van Aalst is dat sinds de twaalfde eeuw de historische hopregio van België.
De hopduivel wordt vaak beschouwd als een mythologische figuur uit de hopregio’s Land van Aalst en Asse maar hij is lang niet zo oud of middeleeuws als wordt gedacht. Zeventig jaar geleden, in 1956, werd de hopduvel voor het eerst uitgebeeld en kreeg hij zelfs een standbeeld op de markt van het Vlaams-Brabantse Asse. De hopduvel beeldt de nukkige rukwinden en zomerse stormen uit die tussen einde juli en begin september een hopveld kunnen neerleggen en de opbrengst ervan zwaar onderuit kunnen halen. Om de weergoden gunstig te stemmen en de hopduvel uit hun hopvelden te houden, plaatsten hoptelers zelfs stropoppen in de vorm van een hopduvel aan hun velden.
Het figuurtje werd gecreëerd door Eugeen ‘Zjeun’ Van den Broeck als onderdeel van een stoet naar aanleiding van de aanstelling van burgemeester Van Wijnendaele in 1953 in Asse. Die stoet ligt aan de basis van de Hopduvelstoet die in 1956 voor het eerst uitging. Tussen 1956 en 1979 gingen de eerste vijf stoetenvrij onregelmatig uit. In 2002 blies Eugeens zoon Wilfried de Hopduvelstoet nieuw leven in en maakte er een tweejaarlijks evenement van.
Ook in Meldert en Aalst inspireerde de hopduvel de regionale Hopfeesten.