Einde juli, begin augustus worden de hopbellen gevormd die de miniscule en miraculeuze goudgele lupuline-korreltjes herbergen met een duizendtal aromastoffen.
De hopplant behoort tot de Cannabinaceae en is verwant aan hennep. Na de oogst van hopscheuten in maart, of het kortwieken van de plant tot drie ranken klimt de hop vanaf april omhoog. Omdat de plant tussen 10 cm en soms wel 30 cm per dag groeit, is het de snelst groeiende klimplant van West-Europa, die 6-7 meter hoog kan kronkelen. Op de langste dag van het jaar, 21 juni, weet de hopplant dat het tijd wordt om over te schakelen van groei naar bloei en dan worden aan de vrouwelijke planten de hopbellen gevormd. Die rijpen tot ongeveer augustus-september. Wanneer de hopbel nog volledig gesloten en licht elastisch is en de blaadjes aanvoelen en knisperen als fijn papier kan er worden geoogst. Naarmate het einde van de bloeiperiode nadert, zal de hopteler de hopbellen dagelijks aanschouwen, aanvoelen en nagaan of zij reeds naar bier ruiken. Zijn of haar vakmanschap bepaalt wanneer de hop geoogst wordt.
Die kegelachtige 2 tot 4,5 cm grote hopbellen huisvesten een schatkamer aan aromastoffen, opgeborgen in die minuscule goudgele lupuline-korreltjes. Zij zijn een miraculeus wonder van de natuur want zij bevatten naast bitterstoffen, hopoliën en looistoffen of tannine een enorme hoeveelheid aromastoffen. Meer dan 400 aromastoffen werden reeds geïdentificeerd. Wetenschappers opperen zelfs dat het er wel eens een duizendtal kan zijn. Algemeen gesteld kan je in de verschillende hopvariëteiten zes uiteenlopende aromaprofielen onderscheiden: kruidig, citrusachtig, floraal en groen, exotische vruchten en meloen, steenfruit (appel, peer, abrikoos, perzik, pruim) en rode vruchten. De aanwezige aromastoffen verschillen ook per hopvariëteit wat hoptelers toelaat om nieuwe variëteiten te ontwikkelen en brouwers de kans geeft om hop creatief te benutten en diverse hopvariëteiten te combineren in een specifiek bier.
Lupuline geeft aan bier de typische bitterige smaak, bevordert de houdbaarheid van het bier evenals de schuimvorming. Het helpt het bier te klaren door eiwitten te laten neerslaan.
Omdat hop slechts met mondjesmaat wordt toegevoegd – overwegend tussen 100 en 300 gram per hectoliter – wordt vaak gesproken van het ‘groene goud’ .