In 2026 viert de Belgische bierwereld een dubbele verjaardag: 40 jaar ‘Jaar van het Bier’ en 10 jaar Unesco-erkenning van de Belgische biercultuur.
1986 is een ijkpunt in de Belgische bierwereld want zonder ‘Jaar van het Bier’ zou de Belgische bierwereld nooit de verscheidenheid en mondiale uitstraling hebben gekregen die wij vandaag kennen. De basis daartoe werd eigenlijk in 1977 gelegd door de toen onbekende Brit Michael Jackson die de Belgische bieren wereldwijd aanprees in ‘The World Encyclopedia of Beer’. Hij rijgt de complimenten aan mekaar en zet met zijn ‘Bieratlas’ menig brouwer aan het denken over zijn toekomst en die van zijn vaak legendarische bieren. Zonder Michael Jackson was er waarschijnlijk ook geen ‘Jaar van het Bier’ gekomen in 1986. Georganiseerd door de toenmalige Confederatie der Belgische Brouwers en de toeristische diensten werd een enorme dynamiek gecreëerd. Geloof en vertrouwen in het eigen product werden versterkt terwijl het brede publiek de diversiteit van de Belgische bierwereld ontdekte tijdens opendeurdagen, tentoonstellingen en tal van andere evenementen. Het ‘Jaar van het Bier’ plaveide in zekere zin het pad naar de Unesco-erkenning van de Belgische biercultuur als immaterieel cultureel erfgoed.
De eerste, meer concrete, stappen werden in 2011 gezet door Sven Gatz, toenmalig directeur van de Belgische Brouwers, hoewel er voorafgaand al aardig wat voorbereidend werk was verricht in het Brouwershuis. “Wij moeten leren uit de problemen die de wijnwereld heeft gekend, kijken naar de opportuniteiten die de whiskystokers hebben genomen en een eigen strategie ontwikkelen voor Belgisch bier”, aldus Sven Gatz destijds in een interview.
Die strategie kwam er, maar in een land met geregionaliseerde bevoegdheden ligt dat niet eenvoudig. Unesco kent officieel alleen maar België en niet Vlaanderen, Wallonië of Brussel. En laat cultuur dan ook nog een gemeenschapsmaterie zijn. Kortom de weg naar Unesco zou diplomatisch doorheen België kronkelen. Een eerste stap werd gezet door Vlaams Cultuurminister Joke Schauvliege die de Belgische biercultuur in 2011 inschreef op de Vlaamse Inventaris voor Immaterieel Cultureel Erfgoed. In 2012 volgde een gelijkaardige erkenning door de Franse Gemeenschap, bevoegd voor cultuur in Franstalig Wallonië-Brussel. Daarmee was het dossier nog niet afgerond want ook de Duitstalige Gemeenschap moest zich achter het project scharen, wat gebeurde in 2013.
Omdat er in de Duitstalige Gemeenschap nog geen Unesco-erkenningen waren – omdat die via een beurtrol Vlaanderen-Wallonië werden ingediend – werd politiek overeengekomen dat de Duitstalige Gemeenschap het dossier zou voordragen bij Unesco. Het was de overigens de allereerste maal dat de drie gemeenschappen samen werkten rond één, Belgisch, cultureel dossier.
Concreet zou de Duitstalige Gemeenschap het dossier administratief begeleiden en verdedigen in de drie landstalen en het Engels. In de praktijk gebeurde dat door Norbert Heukemes, de secretaris-generaal van de Duitstalige Gemeenschap maar ook bierliefhebber en zelf brouwer van de kleine Eupener Brauerei. Tegenover Unesco moest worden aangetoond dat het ging om biercultuur in brede zin en niet over het commerciële product dat bier is. In maart 2015 werd het dossier ter evaluatie ingeleid bij Unesco. Daarvoor trok Sven Gatz zelfs naar Parijs om de leden van de Unesco-werkgroep op diplomatische wijze te laten kennis maken met de Belgische biercultuur. Dat leidde uiteindelijk tot de Unesco-erkenning als immaterieel cultureel erfgoed op 30 november 2016.
Aansluitend werd het Observatorium van de Belgische Biercultuur opgericht dat de borging en evolutie ervan opvolgt. Daartoe stellen professionele journalisten die de biersector en de biercultuur nauwgezet volgen tweejaarlijks een objectief rapport samen dat vervolgens als ‘stand van zaken’ wordt overhandigd aan Unesco. Er moet immers op regelmatige basis worden aangetoond hoe levend de Belgisch biercultuur is. Een erkenning als immateriaal cultureel erfgoed is immers niet definitief en dat in tegenstelling tot materieel werelderfgoed zoals bijvoorbeeld de Grote Markt van Brussel of het historisch centrum van Brugge.