Rijker bier rechtstreeks uit de tank getapt

Facebook
X
LinkedIn
WhatsApp

In 1958 was Maes-Pils één van de eerste brouwerijen die tankbier serveerde. Wat maakt tankbier uitzonderlijk nu je het in steeds meer cafés kan proeven?

In Groot-Brittannië, Duitsland en Nederland is tankbier al decennia ingeburgerd, in België is het een relatief jong concept dat lange tijd beperkt bleef tot mega-evenementen en grote voetbalstadions. Nochtans was uitgerekend België één van de landen waar werd gepionierd met tankbier. Tijdens de Expo ’58 in Brussel voerde de toenmalige Brouwerij Maes zijn Maes-Pils met gekoelde tankwagens aan naar de Maes Inn in het themadorp ‘Vrolijk België’. Het bier werd er getapt uit drie gekoelde tanks van 1.000 liter.
Tot een doorbraak is het destijds nooit gekomen vanwege de hoge investeringen in tanks met bijhorende koelcel en tapinstallatie. Daar bovenop moet de brouwerij investeren in een ‘tankwagen’ om horeca-zaken te bevoorraden tijdens een aparte distributieronde voor tankbier tenzij men zou rijden met een vrachtwagen die naast tanks ook klassieke vaten en kratten vervoert. Tankbier vind je meestal in horecazaken die een behoorlijke voldoende klassieke vaten verkopen waardoor het loont om over te schakelen op tanks van 250, 500 of 1.000 liter. Daarin kan men het bier onaangeroerd een tiental weken optimaal stockeren en er vervolgens nog kwalitatief uitmuntende glazen van tappen. Indien beschikbaar kan de brouwerij zelfs minder lang houdbaar niet gepasteuriseerd bier leveren zonder problemen. Dergelijk bier is veel voller en rijker van smaak en het serveren ervan kan een meerwaarde creëren voor een horecazaak.
In de biertank bevindt zich een met bier gevulde kunststofzak die door middel van een luchtcompressor wordt platgedrukt. Het bier wordt als dusdanig getapt met het erin aanwezige, natuurlijke koolzuurgas. Omdat geen bijkomend koolzuurgas wordt toegevoegd, is oversaturatie uitgesloten.
Meestal heeft een horecazaak minstens twee tanks, waarbij de tweede tank de buffertank is voor het geval de eerste tank is leeggetapt. Het is bijgevolg een reserve-voorraad waarmee men de tijdspanne kan overbruggen waarbinnen de brouwerij de tank opnieuw komt vullen.
Tankbier is, in verhouding tot vaten- en flessenbier, ‘malser’ omdat je alleen het natuurlijk aanwezige koolzuurgas gebruikt. Het bier smaakt daardoor ook wat zachter en is beter doordrinkbaar omdat het minder sprankelend is. Het bier wordt uit de lagertanks van de brouwerij afgevuld, op de juiste temperatuur gekoeld en aan dezelfde temperatuur opgeslagen.
Waren het aanvankelijk uitsluitend pilsbieren die uit de tank werden getapt, dan worden sinds een tiental jaar ook speciaalbieren als tankbier aangeprezen omdat zij voor een bijkomend stukje bierbeleving zorgen. Vaak worden de bieren ongefilterd en niet gepasteuriseerd uit de tank getapt waardoor zij veel rijker geuren en smaken.