Een arts die hoogleraar werd aan de faculteit geneeskunde in Leuven en 95 pagina’s lang uitweidt over Belgisch bier. Ondenkbaar? Bijna twee eeuwen geleden kon het wel.
In de vorige eeuw suggereerden artsen hun patiënten wel eens specifieke bieren. Zo kregen jonge moeders die de borst gaven de raad om een Rochefort 10 te drinken terwijl diabetes-patiënten al eens een Orval of een oude geuze mochten nuttigen vanwege het uiterst lage gehalte aan restsuikers.
De arts die in een wetenschappelijke verhandeling 95 pagina’s lang de lof zwaait over Belgisch bier is evenwel Jean-Baptiste Vrancken (1805-1871). In 1829 – het jaartal waarin hij afstudeerde aan de toenmalige Nederlandse Rijksuniversiteit Leuven – schreef hij voor het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte (=experimentele wetenschap) een opmerkelijke studie waarvoor hij nog steeds wordt geprezen. België bestond nog niet en maakte als de Zuidelijke Nederlanden deel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het Bataafsch Genootschap is één van de oudste wetenschappelijke genootschappen in Nederland. In de achttiende en negentiende eeuw focuste men op wetenschappelijke publicaties en daarvoor werden talrijke wetenschappelijke prijsvragen uitgeschreven.
In 1828 formuleert het Bataafsch Genootschap ‘Vraag 81’ met betrekking tot bier. De leden vragen zich af hoe het komt dat men door dezelfde handelswijze – namelijk het brouwen – uit te voeren in verschillende streken uiteenlopende bieren kan maken. Er komen twee antwoorden binnen, één in het ‘Hollandsch’ en één in de ‘Fransche taal’ dat alom wordt geprezen en een gouden medaille krijgt. Bij de opening van de enveloppe met de naam van de indiener blijkt het te gaan om de ‘Wel Edele Zeer Geleerde Heer J.B. Vrancken, Medicinae Doctor te Leuven’.
In zijn ruim 250 pagina’s tellend antwoord besteedt Vrancken een honderdtal pagina’s aan geschiedenis van het bier, de ingrediënten en het brouwproces. 95 pagina’s handelen over de verscheidenheid aan bieren in de Zuidelijke Nederlanden. Vranckens ‘Antwoord op vraag 81’ is een historisch belangrijk document omdat hij uitweidt over bieren uit Mechelen, Luik, Gent, Antwerpen, Brussel, Diest, Leuven, Hoegaarden, Lier en Tienen. Over bieren uit de Noordelijke Nederlanden, Wallonië, Engeland en Duitsland schrijft hij telkens slechts een viertal pagina’s.
Na zijn studies vestigde Vrancken zich evenwel niet als brouwer maar als arts in zijn geboortestad. In 1835, werd hij docent farmacologie en medische wetenschappen aan de faculteit geneeskunde van de Katholieke Universiteit die voordien nog in Mechelen was gevestigd. In 1838 werd hij bevorderd tot buitengewoon hoogleraar. Vanaf 1839 spitst hij zich ook toe op onderzoek naar mentale gezondheid. In 1849 werd hij aangesteld tot hoogleraar.