AB InBev stopt met Gueuze Belle-Vue

Facebook
X
LinkedIn
WhatsApp

Door een jaar na jaar toenemende daling van de vraag ernaar heeft AB Inbev besloten om te stoppen met de productie en commercialisering van Gueuze Belle-Vue (in 1991 overgenomen door AB InBev); de overige Belle-Vue-varianten blijven evenwel in het gamma. Daarmee komt een einde aan een biermerk dat zo’n 75 jaar bestond, geschiedenis schreef én brouwers inspireerde.
Gueuze Belle-Vue vindt zijn oorsprong nadat Philemon Vanden Stock, een caféhouder uit Itterbeek en sinds 1913 geuzesteker in Brussel, in 1927 het café Belle-Vue in Anderlecht had overgenomen. Het zette hem ertoe aan om zijn geuze de merknaam Belle-Vue te geven; vanaf 1949 wordt Belle-Vue ook de bedrijfsnaam van de brouwerij in Sint-Jans-Molenbeek.
Omdat de toenmalige in beperkte volumes gebrouwen lambiek en daaruit voortvloeiende geuze vaak te zuur was, werd het bier in menig café geserveerd met enkele klontjes suiker en een ‘stoemper’ opdat klanten het bier naar eigen goeddunken konden aanzoeten. Het inspireerde zoon Constant Vanden Stock om in de naoorlogse jaren te starten met een zoet lambiekbier – volgens sommigen veeleer een faro – dat in 25 cl.-flessen met kroonkurk werd afgevuld, in tegenstelling tot de veel gebruikte 37,5 cl-champagneflessen met kurk. De ‘capsulekensgeuze’ was geboren en groeide uit tot een commercieel succes in niet-geuzestreken zoals de provincies Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen.

Belle-Vue vatenkelder Zuun
In de vatenkelder van brouwerij Belle-Vue in Zuun (Sint-Pieters-Leeuw) rijpte de lambiek.

West-Vlaamse spontane gisting

Imitaties bleven niet uit. Luc Vanhonsebrouck stelde in 1957 zijn Gueuze St. Louis voor, een mengbier van bruine Bacchus met ingegist wort van lambiekbrouwer Van Haelen uit Ukkel. Andere West-Vlaamse brouwers volgden: Rodenbach met een Gueuze Saint-Georges, Bockor lanceerde een tiental jaar later zijn Gueuze Jacobins, ondertussen foederbier Cuvée des Jacobins. De tegenzet op de 25 cl.-flesjes Gueuze Belle-Vue volgde in 1978 toen Luc Vanhonsebrouck zijn St. Louis van het vat voorstelde, iets wat, volgens Constant Vanden Stock onmogelijk was maar hij volgde wel met Gueuze Belle-Vue van het vat in 1980.
Wanneer de productie van Belle-Vue in 1975 wordt overgeheveld naar de nieuwe, moderne, brouwerij van Zuun, wijzigt ook het productieproces. De lambiek-traditie om uitsluitend in de koude maanden te brouwen en het wort te laten ingisten in een open koelschip werd verlaten. Er werd gekozen voor de zogenaamde DKZ-methode (De Keersmaeker Zuun). Het wort wordt afgekoeld met behulp van een warmtewisselaar, overgepompt naar cilinderkonische tanks waar de micro-flora uit niet steriele perslucht wordt ingevoerd. Ook wordt wat oude lambiek toegevoegd en na ruim een week gisting en aansluitend enkele weken lagering is de lambiek klaar om versneden te worden. Deze brouwmethode liet toe om het jaar rond lambiek te brouwen en te voldoen aan de grote vraag naar Gueuze Belle-Vue.

Op naar Europese bescherming

Doorheen de jaren zwelt ook de kritiek aan op deze ‘industriële geuze’. In 1965 komt het tot een eerste Koninklijk Besluit om de traditionele lambiekbieren en geuze te beschermen. Aanvullende regelgeving 1973, 1974 en 1993 gaat eveneens voorbij aan de realiteit dat gefilterde, aangezoete geuze niets te maken heeft met traditionele geuze. In 1990 worden onderhandelingen aangevat voor een Europese bescherming van de ‘oude geuze’. De lambiekbrouwers worden vertegenwoordigd door Frank Boon (Boon), Jacques De Keersmaecker (Belle-Vue), André De Keersmaeker (Mort Subite) en Jacques Van Cutsem (Timmermans). In 1997 volgt uiteindelijk een Europese Verordening (EEG 2301/97) die lambiek- en geuzebieren gebrouwen volgens oude methode onderscheid van de ‘industriële’ varianten. Bieren gebrouwen volgens het oude recept mogen de aanduiding “Oud” of “Oude” toevoegen.
Gelijktijdig verenigen de meeste lambiekbrouwers zich sinds 1997 in de Hoge Raad voor de Ambachtelijke Lambiekbieren (Horal) om samen de ‘Oude Geuze’ en zijn afgeleiden te promoten. Het resultaat daarvan is dat ‘oude geuze’ de ‘capsulekensgeuze’ van weleer heeft verdrongen en dat geuze is geëvolueerd van een zoet doordrinkbier naar een mals tot fris degustatiebier dat wereldwijd wordt gewaardeerd.