Al meer dan een halve eeuw moeten mannelijke hopplanten binnen een straal van 5 kilometer rond een hopveld met vrouwelijke planten worden verdelgd om de kwaliteit van de hopbellen te garanderen.
De hop is een klimplant die behoort tot de hennepachtigen en waarvan de ranken gemakkelijk 9 meter lang worden en tot zo’n 6-7 meter hoog kronkelen langs de leidraden. Daarmee is hop ook de langste kruidachtige klimplant ter wereld.
Vrijwel overal ter wereld, behalve in Groot-Brittannië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten, wordt bier uitsluitend gebrouwen met de bekende, vrouwelijke, hopbellen. Wanneer de hopbellen bevrucht worden met stuifmeel van mannelijke planten, herkenbaar aan hun hangende, pluimvormige bloei, produceren de daaruit voortkomende bevruchte vrouwelijke hopbellen zaad waarin met hoge concentraties vetzuren die de schuimstabiliteit van bier negatief beïnvloeden. Hoedanook zal de hoeveelheid zaadjes in bevruchte hop minimaal zijn als je weet dat er slechts tussen 200 en 300 gram hop per hectoliter wordt gebruikt.
In Groot-Brittannië speelt het gebruik van bevruchte hop minder een rol omdat traditionele Engelse ales slechts een flinterdun schuimlaagje hebben. Omdat een mooie, dichte, schuimkraag ook een uiterlijk herkenbaar teken van kwaliteit is, werd honderd jaar geleden, op 16 augustus 1926, in België reeds een koninklijk besluit uitgevaardigd dat verplichtte om mannelijke hopplanten te vernietigen. Het koninklijk besluit van 2 april 1971 gaat nog een stap verder en stelt dat iedereen die de aanwezigheid van wilde of mannelijke hop vaststelt in een strook van 5 kilometer rond elk hopveld met vrouwelijke hopplanten deze plant vóór 1 juli moet verdelgen of het in en om Poperinge minstens moet melden. Helaas wordt de wet sinds enkele jaren nog nauwelijks gecontroleerd, waardoor hoptelers er zelf in de omgeving op uit moeten trekken om mannelijke planten te rooien. Nog erger is dan tuincentra zelfs mannelijke hopplanten verkopen waardoor particulieren die onwetend in tuinen nabij vrouwelijke hopvelden planten.
Dat mannelijke hopplanten worden getolereerd in de Britse hopregio’s heeft te maken met het landschap waarin de, beschermde, wilde hagen voorkomen en waarin de wilde hopplanten, zowel mannelijk als vrouwelijk, voorkomen. Hoptelers planten zelfs doelbewust enkele mannelijke planten van dezelfde variëteit als de vrouwelijke planten aan in hun hopvelden om te vermijden dat de hopbellen zouden worden bestoven door mannelijke, wilde hoppen. Bevruchte vrouwelijke hopplanten zijn dan weer meer resistent tegen meeldauw of witschimmelziekte die hard kunnen toeslaan in een hopveld.