De geuzenoorlog mag dan al verwijzen naar een episode uit de Tachtigjarige Oorlog, in België is dat het verhaal van twee brouwers en voetballiefhebbers.
Hoofdrolspelers zijn Constant Vanden Stock, brouwer van Gueuze Belle-Vue (waarvan de productie recent is stopgezet door AB Inbev) en sinds 1971 voorzitter van RSC Anderlecht, en Luc Vanhonsebrouck, brouwer uit Ingelmunster en sinds 1980 shirtsponsor van Club Brugge.
Wat voorafging. In 1949 wordt Belle-Vue, dat al de merknaam van de geuze was, ook de bedrijfsnaam. Die Gueuze Belle-Vue was een zoet lambiekbier dat met zijn 25 cl.-flesjes de markt overspoelde als speciaalbier ‘avant la lettre’. Dat succes ontging brouwer Luc Vanhonsebrouck uit Ingelmunster niet. Hij startte in 1957 een samenwerking met lambiekbrouwer Van Haelen uit Ukkel die hem ingegist lambiekwort leverde dat hij mengde met wort van het bruine bier Bacchus. Met dat mengbier, Gueuze St. Louis, groeide Vanhonsebrouck in 1969 uit tot tweede grootste geuzeproducent.
Als trouwe voetbalfans zitten beide brouwers regelmatig naast mekaar in de tribune wanneer Anderlecht en Club Brugge duelleren. Zij deinzen er niet voor terug om mekaar wat te jennen. Constant Vanden Stock voert aan dat Anderlecht de beste ploeg op het veld is en dat hij de beste geuze maakt, één die Vanhonsebrouck niet kan maken in Zuid-West-Vlaanderen. Maar die laatste stelt dat behoorlijk in vraag. In de daaropvolgende, winterse weken rijdt hij met alle vrachtwagens van de brouwerij naar het landelijke Pajottenland. Daar werden alle deuren geopend opdat de lucht en de microflora van het Pajottenland erin kunnen. De deuren werden gesloten en opnieuw geopend in de brouwerij. En zo ontstond de ‘Brettanomyces Ingelmunsterensis’ om Gueuze St. Louis te maken.
Wanneer Anderlecht en Club Brugge in 1971-1972 ex aequo Belgisch kampioen spelen, en Anderlecht de titel krijgt omdat het één wedstrijd meer gewonnen heeft, neemt de tweestrijd in de daaropvolgende jaren alleen maar toe. In de bekerfinale van 1977 staan beide ploegen opnieuw tegenover mekaar en wint Club Brugge met 4-3. Ook op het bierfront scoort Vanhonsebrouck door als antwoord op de succesvolle 25 cl.-flesjes Belle-Vue in 1978 zijn Gueuze St. Louis op vat uit te brengen, iets wat volgens Vanden Stock totaal onmogelijk was. Maar, het St. Louis-vatenbier werd een succes, zeker nadat Vanhonsebrouck het in 1980 als shirtsponsor van Club Brugge gaat promoten. Als gevolg daarvan vervangen veel Brugse cafés de Anderlechtse Belle-Vue door de Gueuze St. Louis van ‘hun’ Club Brugge.
En daarmee lijkt de Belgische geuzenoorlog beslecht. Is het verhaal waar of niet, legendarisch is het wel.