In een tweetalig land zoals België klinkt het niet verwonderlijk maar bieren hebben soms twee namen. ‘Bière des Docteurs’ kreeg wel een heel opvallende vertaling mee.
Omdat brouwerijen hun bieren vaak nationaal wilden verspreiden, gaven zij hen soms een dubbele merknaam. Vroeger gebeurde het veel frequenter dan in de voorbije decennia. Meestal beperkt men zich tot een tweetalige aanduiding van de herkomst, zoals abdijbier-bière d’abbaye, van de bierstijl dubbel-double of het van het seizoensgebonden karakter zoals kerstbier-bière de noel.
Slechts enkele bieren houden vast aan hun dubbele merknaam, zoals Brugs Tarwebier-Blanche de Bruges en Verboden Vrucht-Le Fruit Défendu waarvan de productie mogelijk is gestopt . Tot enkele jaren geleden kon je Charles Quint ook terugvinden als Keizer Karel, maar die merknaam werd verlaten. Iets langer geleden klonk Gouden Carolus nog Carolus d’Or hoewel je die Franstalige merknaam nog terugvindt in de bierlijsten van drankenhandels, warenhuizen en cafés. Sommige zorgen voor een eigen vertaling en dan wordt Brugse Zot gepresenteerd als Fou de Bruges. Nog voor Duivelsbier van Boon ééntalig Nederlands klonk, werd het door de voorgaande brouwerijen Vander Linden en Petre gecommercialiseerd als Duivelsbier-Bière du Diable.
Ondertussen hebben vrijwel alle bieren slechts één merknaam en die wordt in binnen- en buitenland gebruikt. Toegegeven, Duvel of Mort Subite klinken goed in beide landstalen ook al worden zij niet altijd correct uitgesproken. Omdat het haast onuitspreekbaar was voor Franstaligen en haast klonk als ‘détergent’ werd Dentergems Wit wel verbasterd tot Riva Blanche, verwijzend naar de toenmalige brouwerij Riva.
In de Brusselse regio kiezen brouwers soms voor het dialect van het ketje; zeg nu zelf, iedereen kan zich wel vinden in een Stouterik.
Commercieel denkend hebben Nederlanders hun trappistenbier de Franse benaming La Trappe gegeven, verwijzend naar de oorsprong van de congregatie. Geef toe niet slecht gevonden want Berkel-Enschot klinkt niet zo goed als Westmalle of Rochefort; niettemin had Tilburg ook mooi geweest. Door de keuze voor plaatsnamen zoals Floreffe, Maredsous, Tongerlo, Grimbergen overstijgen abdijen meestal wel de taalkeuze.
Maar de meest merkwaardige dubbele merknaam komt toch uit Tienen. Daar was de brouwerij Pieraerts eigendom van vijf partners waarvan drie artsen, waardoor zij in de volksmond de Brasserie des Docteurs
werd genoemd. Het eerste brouwsel werd voorgesteld op Goede Vrijdag 1884 en werd door de eerste proevers prompt omschreven als Bière des Docteurs. Omdat het wat zoete blonde bier gesmaakt werd door vrouwen werd het later in het Nederlandstalige dialect omgedoopt tot het weinig flatterende Zoeg, wat synoniem is voor een zeug. Voor de eigenaars-dokters van de brouwerij maakte het geen verschil, zij promootten het ‘Bière des Docteurs’ in hun praktijk en oordeelden twee glazen Zoeg per dag als heilzaam voor gezondheid en welzijn.
En dan zijn er uiteraard nog bieren die bijvoorbeeld voor de Amerikaanse markt een andere merknaam hebben gekregen om juridische conflicten met lokale brouwerijen te vermijden. Zo wordt Bush er verkocht als Scaldis en gaat Augustijn uit het rek als St. Stefanus.