Afkomstig uit Andernach am Rhein, gevochten tegen Oostenrijk, Rusland, Frankrijk en Nederland hebben de Rodenbachs de Belgische geschiedenis gekleurd.
In onze streken vestigden zij zich in Roeselare, waar zij onder meer aan de basis liggen van de gelijknamige brouwerij. Maar zij waren veel meer dan brouwers. Hun familie telde aardig wat ondernemers, schrijvers, dichters, artsen, militairen, politici en revolutionairen.
Ferdinand Rodenbach (1714-1783) wordt beschouwd als de stamvader, afkomstig uit Andernach am Rhein en lid van een oude, adellijke, familie. Hij is regimentsdokter en weert in 1744 mee de aanval van de Franse koning Lodewijk XV af tegen de Oostenrijkse Nederlanden, zeg maar de Zuidelijke Nederlanden onder het bestuur van de Oostenrijkse tak van de Habsburgers. Zijn vier zonen, Pieter Ferdinand, Alexander, Constantin en Pedro, schreven het vervolg van het verhaal.
Pieter Ferdinand (1759-1820) is Fransgezind en bewonderde de Franse Revolutie. In 1789 nam hij deel aan de Brabantse Omwenteling – die later wel eens de Eerste Belgische Revolutie in de Zuidelijke Nederlanden werd genoemd– en kantte zich tegen de Oostenrijkse keizer-koster Jozef II, die onder andere in 1783 de abdijen verbood om nog langer bier te brouwen.
Alexander (1786-1869), ook wel de ‘blinde ziener’ genoemd, studeert aan de blindenschool in Parijs. Als hij nadien wil gaan doceren aan het blindeninstituut in Amsterdam wordt hij geweigerd omdat hij katholiek is en geen Nederlands spreekt. De wrok tegenover de Nederlanders zit hoog en als brouwer kaart u het onrechtvaardige fiscale beleid van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden aan. Alexander kiest voor de Belgische onafhankelijkheid en wil het Nederlandse huis Oranje-Nassau van de troon verbannen. Hij wordt later lid van het Nationaal Congres en staat op 21 juli 1831 naast Leopold I wanneer die zijn eed als koning aflegt.
Constantin (1791-1846) vervoegt in 1813 als arts de erewacht van het Franse leger en verzorgt de gewonden in de veldslagen van Napoleon tegen de Russisch-Pruisische troepen in Lützen en Bautzen (1813). In 1828 verenigt hij in ‘België’ katholieken en liberalen tegen de Nederlandse koning Willem I en samen met zijn broers organiseert hij het verzet tegen Oranje-Nassau. Samen met 75 anderen lanceert hij een voorstel om Leopold van Saksen-Coburg aan te stellen als koning van België. Samen met Jenneval, wiens echte naam Louis Alexandre Dechet was, schreef Constantin de eerste versie van de Brabançonne, het Belgisch volkslied.
Pedro Rodenbach (1794-1848) was lid van de Keizerlijke Wacht van Napoleon. Net zoals zijn broer Constantin nam hij in 1812-1813 deel aan de veldtocht van Napoleon tegen de Russen. Later, in 1815, keerde hij zich tegen Napoleon en vocht hij aan de zijde van de Nederlanders in de Slag bij Waterloo om het uiteindelijk in 1830 tijdens de Belgische Revolutie op te nemen tegen de ‘Hollandse bezetters’.