Zij behoren wellicht tot de meest gepassioneerde bierliefhebbers maar niemand kent hen bij hun wetenschappelijke naam, de tegestologen.
Tegestologen? Nooit van gehoord. Tegestologie verwijst naar het Latijnse ‘teges’ wat deksel of mat(je) betekent. Je kan het omschrijven als ‘bierviltjeskunde’ en de verzamelaars ervan, verenigd in de Gambrinusclub, worden tegestologen genoemd vanwege hun vaak unieke en waardevolle collecties.
Maar, waar komt dat bierviltje nu vandaan? Rond 1880 werd het eerste kartonnen bierviltje in Duitsland door Friedrich Horn gelanceerd als een dekseltje dat je bovenop je glas plaatste om te vermijden dat er insecten in zouden vallen; vandaar dat er in het Duits wordt gesproken van ‘Bierdeckel’.
In het Engels heet het bierviltje dan weer ‘coaster’, verwijzend naar de ‘bottle coaster’, het kleine ronde tinnen of zilveren schaaltje waarin een wijnfles werd geplaatst bij het decanteren ervan. Deze flessenschaaltjes stonden op kleine wieltjes en werden aan tafel van de ene naar de andere gast gereden of ‘gekanteld’, net zoals een ‘coaster’, een schip dat langs de kustlijn van de ene naar de andere haven vaart.
Pas nadat Robert Sputh in 1892 in Dresden een bierviltje patenteerde dat op basis van houtpulp werd gemaakt en dat het vocht beter absorbeerde, is men het onder het glas gaan plaatsen om lekkend bier en schuim op te vangen en de tafel droog te houden. Vanaf dat ogenblik zagen de brouwerijen er een middel in om hun bier te promoten. Aanvankelijk werden viltjes in één kleur bedrukt, pas halfweg de twintigste eeuw maakte vierkleurendruk opmars.
Het oudste, tot op heden bekende, Belgische bierviltje dateert van voor 1912 en werd uitgegeven door brouwerij d’Akkergem uit Gent, later opgegaan in Aigle-Belgica. Rond 1919 had een brouwerij uit Eupen ook al een bierviltje. De grote doorbraak van bierviltjes komt er na de Eerste Wereldoorlog. In de jaren zeventig van vorige eeuw duiken thematische bierviltjes op en ontstaan er, vaak legendarische, reeksen en verzamelingen. In de tachtiger jaren lijken die over hun hoogtepunt heen, tot Hoegaarden in de jaren negentig start met zijn humoristische zeshoekige viltjes waarop je spreuken en gezegden kon aanvullen.
Doorheen de jaren kregen bierviltjes ook andere functies bijvoorbeeld om kwakkelende café-tafels stabiel te houden en kinderen stil te houden met het bouwen van piramides van bierviltjes. Omdat de achterkant niet is bedrukt, worden er bestellingen op genoteerd of kan je er zaken op kwijt die je niet mag vergeten. En ‘oh wee’, wie ‘minderwaardige’ aan weerszijden bedrukte bierviltjes verspreidt waarop je niets kan noteren. Zelfs weddenschappen werden erop afgesloten.
Legendarisch is die van 25 maart 2010 tussen Johan ‘Wanne’ Madalijns, voorzitter van de bierliefhebbersvereniging De Lambikstoempers, en Johan Van Dijck, marketing directeur van Duvel Moortgat, die zich ertoe engageerde om de in 2007 eenmalig uitgebrachte Duvel Tripel Hop opnieuw te brouwen. Voorwaarde was wel dat de Lambikstoempers op hun Facebook-pagina ‘Wij willen Duvel Tripel Hop’ na één maand minstens 10.000 vrienden zouden tellen. Het werden er meer dan 17.000 en de Duvel Tripel Hop werd opnieuw gebrouwen en vast opgenomen in het Duvel-gamma.