Brouwen van St. Michiel tot St. Joris

Facebook
X
LinkedIn
WhatsApp

De overgrote meerderheid van de brouwerijen brouwt het jaar rond, maar ooit was het anders en telden brouwers af tot Sint-Michiel.
Omdat de temperatuur ’s zomer stijgt, geraakt het bier sneller geïnfecteerd en wordt het onaangenaam zuur. Stadsbesturen, hertogen, graven en gilden waakten vaak angstvallig over de kwaliteit van het bier. Slecht bier kon immers aanleiding zijn tot rellen terwijl men zijn inwoners te vriend kon houden met goed en lekker bier.
Om de periode van het brouwverbod goed en definitief te kunnen afbakenen voor vele jaren werd de heiligenkalender als uitgangspunt genomen. In de christelijke samenleving was men immers meer vertrouwd met kerkelijke feestdagen en heiligen dan wel met kalendermaanden en datums. Daardoor mocht er vanaf Sint-Michiel (29 september) opnieuw worden gebrouwen tot Sint-Joris (23 april).
Waarom er pas opnieuw gebrouwen mocht worden vanaf Sint-Michiel? Omdat traditioneel rond die datum de zomergerst was geoogst waarmee werd gebrouwen. Ook waren andere werkzaamheden op het land al grotendeels achter de rug en kwam er bijgevolg meer tijd vrij om te brouwen. Heel wat boerderijen waren immers hoevebrouwerijen waar ’s winters werd gebrouwen.
Bovendien was Sint-Michiel ook de patroonheilige van de stad Brussel, voor de lokale lambiekbrouwers het sein om opnieuw te gaan brouwen. Overigens lag de temperatuur eind september al een stukje lager waardoor het wort minder onstuimig zou gisten.
Rond eind april klimt de temperatuur terug hoger en werd er opnieuw een brouwpauze ingelast. De begindatum werd vastgelegd op 23 april, de feestdag van Sint-Joris, de drakendoder én de patroonheilige van Engeland, een land waar er volop werd gebrouwen. Ook was 23 april een belangrijke dag in dat andere bierland, Duitsland; op 23 april 1516 vaardigde hertog Willem IV van Beieren immers het “Reinheitsgebot” uit.
Een brouwverbod betekende evenwel niet dat er geen bier meer voorradig was. Brouwers legden immers een voorraad aan, net zoals de lambiekbrouwers nog steeds uitsluitend tussen september en april brouwen omdat zij zijn aangewezen op spontane gisting.
Sommige brouwers maakten hun bieren in maart en april wat sterker omdat een hoger alcoholgehalte het bier beter liet bewaren in de warme maanden. Anderen versneden of mengden hun bier met een kleine hoeveelheid lambiek of zuur bier want op die manier kon men het bier eveneens langer en beter bewaren.