Westvleteren respecteert tijd als belangrijkste ingrediënt
Ooit werden zij de zwijgende monniken genoemd omdat zij in stilte leven binnen de abdijmuren. Gebed en arbeid staan centraal in de geloofsbeleving bij de trappisten. Om te ervaren hoe dat aan mekaar wordt gerijmd en leidt tot wereldwijd gewaardeerde duurzaam gebrouwen bieren mochten wij in de Sint-Sixtusabdij van Westvleteren even meelopen op het ritme en volgens de regels van de monniken aldaar.
Wanneer het deurtje van de Sint-Sixtusabdij achter mij in het slot klikt, verstomt de alledaagse wereld en het geroezemoes van de er tegenover liggende brasserie In de Vrede. Absolute rust en stilte overheersen maar een leegte is het zeker niet.
De cisterciënzers van de strikte observantie, zoals de trappisten officieel worden genoemd, volgen de Regel van Benedictus die in de zesde eeuw werd opgesteld en die een van de basisteksten is binnen de Westerse cultuur. Vanuit dat oogpunt wordt Benedictus (ca. 480-550) beschouwd als de ‘patroon van Europa’. Benedictus schreef de regel als een leidraad voor het leven in een abdij met aandacht voor studie, gebed en arbeid, wat zich vertaalt in de leuze ‘Ora et Labora’ of ‘Bid en Werk’.
De trappisten zijn een contemplatieve of ‘gesloten’ orde die afgezonderd leeft in een slotklooster of claustrum. Hun samenleving en dagindeling wordt gestructureerd door zeven gebedsdiensten die essentieel zijn voor de geloofsbeleving en het leven in de gemeenschap van 17 monniken in de Sint-Sixtusabdij. Binnen die gemeenschap voert elke broeder zijn taak uit, net zoals gastenbroeder Jos ons verwelkomt, meeneemt op een korte rondleiding door de abdij en toont waar onze sober ingerichte kamer is. Bordjes wijzen erop dat de smartphone ook uitgeschakeld blijft in het gastenhuis; telefoneren kan in een aparte, voorbehouden, kamer.


Metrische, ritmische en synchrone koorzang
Weinig later worden wij in de kerk van de Sint-Sixtusabdij verwacht voor de vespers. Gebouwd in 1968 getuigt het interieur van een tijdloze elegantie en soberheid. Het a-typische plafond oogt als een scheepsromp die wordt gedragen door de brede blauwgrijze glas-in-lood ramen waardoor het zonlicht binnen priemt en de bakstenen muren verlicht. Houten altaar, lessenaar, brede stoelen en zitbanken sieren het geheel.
Broeder Jos reikt ons het Boek der Psalmen aan evenals een handleiding waarin wordt vermeld welke psalmen worden gezongen tijdens de opeenvolgende getijdengebeden.
Monniken schrijden één voor één binnen nadat zij hun witte kovel met kap hebben aangetrokken over hun wit habijt met zwarte scapulier.
Nadat een monnik de getijdenklok heeft geluid en een ander zich aan het orgel heeft gezet, wordt de eerste psalm ingezet. Alternerend tussen voorzanger en koor weergalmen de verzen en zorgt het ritmisch, metrisch en synchroon gezang voor sfeer en emotie. Naar het einde van elke psalm of religieuze tekst wordt rechtop gestaan, nederig en eerbiedig het hoofd gebogen en volgen enkele minuten stilte waarin de gezangen nazinderen of je even kan bezinnen en ‘resetten’.


Maaltijden in absolute stilte
Aansluitend op de vespers wordt het avondmaal genoten in het gastenhuis. Terwijl maaltijden doorgaans worden beschouwd als een gespreksmoment aan tafel verlopen die bij de monniken én onder de gasten in absolute stilte. Sporadisch fluistert er klassieke muziek op de achtergrond in de gastenrefter. Gesproken wordt er niet. Met een handgebaar, een discrete vingerwijzing of een hoofdknik worden schotels, borden en glazen doorgegeven of een mand met brood aangereikt. Lichaamstaal wordt opnieuw veel betekenend, net zoals de monniken nauwelijks met mekaar praten maar uit de pas van een medebroeder door de kloostergang ‘lezen’ hoe het met hem gaat.
Net als voor de monniken wordt er vegetarisch gekookt, zoals bepaald in de regel van Benedictus die stelt dat men zich onthoudt van het eten van vlees van viervoetige dieren. Vis wordt beperkt genuttigd. Uitzonderlijk mag een zieke monnik vlees eten om aan te sterken.
Eenvoudig middag- en avondmaal volstaan als matige hoofdmaaltijden die voorzien in voldoende energie. Evenzo laat de matigheid toe om hierbij, naar keuze, een glas refterbier (Trappist Westvleteren Blond) te drinken in plaats van water. De maaltijd wordt afgesloten met een kort gebed, waarna de tafels worden afgeruimd en de vaat gezamenlijk wordt gedaan, eveneens in absolute stilte. Alles wordt keurig opgeborgen en de tafels worden reeds gedekt voor de volgende maaltijd.


Genieten van kleine dingen
Na een korte onderbreking, in een stilte waaraan je stilaan went, keren wij tegen half acht terug naar de kerk voor de completen of het avondgebed. Opnieuw weerklinken diverse psalmen volgens het voorgaande scenario. Alvorens weer te keren naar het slotklooster en de respectieve cellen zegent abt broeder Manu de monniken individueel met zijn wijwaterkwast. Nadat de gasten zijn gezegend trekt ook de abt zich terug en sluit de toegangsdeur naar het claustrum.
In de ontspanningsruimte van het gastenhuis mogen wij nog even verpozen, stilletjes met mekaar praten en genieten van een Trappist Westvleteren 8 alvorens te gaan slapen.
Dat je in absolute stilte meer gaat genieten van de kleine dingen bewijzen een ‘suskewiet’-vink en een merel die rond 21u hun laatste deuntjes fluiten alvorens zij de nacht ingaan en de abdij wordt ondergedompeld in een onmetelijke nachtelijke rust.


Nachtwake met gedoofde lichten
Kort na 3.30u wordt die verstoord door wat gebons op de deur. Tijd om op te staan voor de nachtwake. Nog half slapend dolen wij door de stiltetuin waar de rust slechts wordt verstoord door het gekraak van de kiezelsteentjes onder onze schoenzolen.
Sfeervol verlicht door de paaskaars en enkele spots straalt de kerk rust uit. Enkele monniken hebben reeds plaats genomen op een bank, anderen schrijden een voor een binnen. Na een eerste nocturne met psalmen worden de lichten gedoofd voor het stiltegebed. Sommige monniken knielen daarvoor, anderen trekken de kap van de witte kovel over hun neergebogen hoofd. Een halfuur later licht het interieur terug op en volgt de tweede nocturne tot zowat half zes ‘s ochtends. Tot aan het ontbijt, eveneens in stilte, volgt schrijf-, lees- of studietijd terwijl sommige monniken al starten met een deel van hun dagtaak.
In een brede kring rond het altaar
Tegen negen uur worden alle aanwezige monniken en gasten opnieuw in de kerk verwacht voor de eucharistieviering die zich op enkele aspecten wat anders voltrekt dan een klassieke misviering. Voor offerande en communie nodigen de monniken je uit om samen met hen in een brede cirkel rond het altaar te staan. Het Onze Vader wordt gebeden met opgeheven handen. Een monnik brengt je met een handdruk de vredeswens over en die geef je door aan de persoon naast jou.
Omdat men weet dat gasten die de eucharistieviering bijwonen zowel meer als minder praktiserende katholieken zijn dan wel gelovigen van andere godsdiensten en atheïsten kan wie geen communie wil ontvangen dat discreet aangeven door de handen op de borst te houden. Na de communie wordt aan wie het wil ook de gelegenheid geboden om de gezegende wijn uit de kelk tot zich te nemen.
Er wordt overigens ook nooit, vooraf noch nadien, gepeild naar je geloofsovertuiging. Die houding kadert binnen de gastvrijheid en de openheid ten aanzien van de gasten die in de abdij verblijven.


Monniken actief betrokken in de brouwerij
De monniken van de Sint-Sixtusabdij brouwen sinds 1839 om in eigen behoeften te voorzien zonder commerciële doelstellingen en ter ondersteuning van mensen in nood.
Broeder Joris, broeder Willem en negen leken staan samen in voor de productie van het bier. Medewerkers van het maatwerkbedrijf Westlandia helpen bij het bottelen en het verpakken van de flessen. Wanneer hun dagtaak erop zit, nemen zes monniken hun taak over waarbij één monnik ook het afhaalpunt bemant”, geeft broeder Joris aan. “De laatste jaren hebben wij heel wat stappen vooruit gezet en de brouwerij volop geprofessionaliseerd dankzij de aanwerving van gespecialiseerde medewerkers voor onder andere het brouwen en de kwaliteitscontrole”.


“In 2025 hebben wij 7.972 hectoliter gebrouwen, verspreid over 57 brouwdagen. Bijna 60% van de productie is Trappist Westvleteren 12 (10,2 %vol.) , Trappist Westvleteren 8 (8 %vol.) en Trappist Westvleteren Blond (5,8 %vol.) tekenen elk voor zo’n 20%. Voor het opstellen van de jaarlijkse productieplanning houden wij ook rekening met religieuze feestdagen en periodes, zoals de Goede Week of de retraite, tijdens dewelke er niet wordt gebrouwen. Gemiddeld brouwen wij vijf dagen per maand, meestal is dat twee dagen gedurende één week terwijl wij de daaropvolgende week het bier bottelen.
Dat is dan wel ander bier dat al tussen 5 en 12 weken heeft gerijpt.”


Tijd is het hoofdingrediënt van Trappist Westvleteren
“Eigenlijk is het hoofdingrediënt van onze bieren tijd”, treedt algemeen directeur Alain Monteyne bij. “Trappist Westvleteren 8 en 12 worden meestal twaalf weken gelagerd, de Trappist Westvleteren Blond doorgaans vijf weken. Na het afvullen, hergisten onze trappistenbieren dan nog twee weken op fles in de warme kamers. De bieren worden nauwgezet gecontroleerd in het moderne labo waarover wij sinds kort beschikken en er volgt ook altijd een tweede controle in het labo van Westmalle dat ook de gist levert voor de Westvleteren-trappistenbieren”.




“Of het bier mag worden verkocht beoordelen wij uiteindelijk tijdens een proefsessie. Alvorens een batch vrij te geven, proeven wij twee flessen, één die een halfuur na de start van het bottelen werd gevuld en één die op het einde werd gebotteld. Onze bieren moeten echt wel op punt staan alvorens wij het vrijgeven. Er mogen geen ‘stekels’ meer aanzitten, het moet mooi in balans zijn”, beklemtoont broeder Joris.
“Eigenlijk is het hoofdingrediënt van onze bieren tijd”, treedt algemeen directeur Alain Monteyne bij. “Na het afvullen, hergisten onze trappistenbieren twee weken op fles in de warme kamers. Trappist Westvleteren 8 en 12 worden meestal twaalf weken gelagerd, de Trappist Westvleteren Blond doorgaans vijf weken. De bieren worden nauwgezet gecontroleerd in het moderne labo waarover wij sinds kort beschikken en er volgt ook altijd een tweede controle in het labo van Westmalle dat ook de gist levert voor de Westvleteren-trappistenbieren”.


Waarom brouwen monniken?
Waarom brouwen monniken bier? Voor veel Belgen is het haast evident omdat het al decennia lang zo is, maar voor buitenlanders, en zeker voor Aziaten is het dat veel minder. Vanuit het boeddhisme kennen zij hoofdzakelijk bedelmonniken aan wie je geld of geschenken geeft opdat zij voor jou zouden bidden.
Trappistenmonniken leven evenwel niet om te brouwen. Voor hen is het al eeuwenlang een middel om te voorzien in hun levensonderhoud, net zoals andere (trappisten-)abdijen soms landbouwactiviteiten hebben, een kaasmakerij bezitten, confituren, wijnen, koekjes of liturigische gewaden maken.
“Het brouwen gaat voor ons terug tot de vijfde, zesde eeuw toen het ons werd toegelaten om over te schakelen op de drank van streek wanneer wij niet, zoals in Zuid-Europa, aan wijnbouw konden doen en het water zo goed als ondrinkbaar was”, vertelt broeder Joris. “Wij leven ook van het werk dat wij met onze handen verrichten. In 1998 werden de landbouwactiviteiten stopgezet en hebben wij ervoor gekozen om de brouwerij te behouden als bron van inkomsten om te kunnen leven als monnik. Wij proberen daarin zoveel als mogelijk zelfvoorzienend en zelfbedruipend te zijn. Bovendien streven wij in onze ascese of levenswijze een duurzame benadering op lange termijn na, wat een totaal andere insteek is van het economisch plaatje. Ook is onze houding er één van een gematigd leven. Wanneer wij al eens bier drinken, is dat ons refterbier Trappist Westvleteren Blond. Lang niet alle monniken drinken een glas bij de maaltijd, hoogstens vier monniken nuttigen al eens een glas. De Trappist Westvleteren Blond of 8 bieden wij aan onze bezoekers of familieleden die wij eens per twee maanden mogen ontvangen. Van de Trappist Westvleteren 12 neem ik slechts een slokje tijdens de proefsessie om er zeker van te zijn dat ons trappistenbier van uitstekende kwaliteit is wanneer wij het goedkeuren voor verkoop”.
