Zwijgende monniken brouwen in stilte

Facebook
X
LinkedIn
WhatsApp

Westvleteren respecteert tijd als belangrijkste ingrediënt

Ooit werden zij de zwijgende monniken genoemd omdat zij in stilte leven binnen de abdijmuren. Gebed en arbeid staan centraal in de geloofsbeleving bij de trappisten. Om te ervaren hoe dat aan mekaar wordt gerijmd en leidt tot wereldwijd gewaardeerde duurzaam gebrouwen bieren mochten wij in de Sint-Sixtusabdij van Westvleteren even meelopen op het ritme en volgens de regels van de monniken aldaar.

Wanneer het deurtje van de Sint-Sixtusabdij achter mij in het slot klikt, verstomt de alledaagse wereld en het geroezemoes van de er tegenover liggende brasserie In de Vrede. Absolute rust en stilte overheersen maar een leegte is het zeker niet.
De cisterciënzers van de strikte observantie, zoals de trappisten officieel worden genoemd, volgen de Regel van Benedictus die in de zesde eeuw werd opgesteld en die een van de basisteksten is binnen de Westerse cultuur. Vanuit dat oogpunt wordt Benedictus (ca. 480-550) beschouwd als de ‘patroon van Europa’. Benedictus schreef de regel als een leidraad voor het leven in een abdij met aandacht voor studie, gebed en arbeid, wat zich vertaalt in de leuze ‘Ora et Labora’ of ‘Bid en Werk’.
De trappisten zijn een contemplatieve of ‘gesloten’ orde die afgezonderd leeft in een slotklooster of claustrum. Hun samenleving en dagindeling wordt gestructureerd door zeven gebedsdiensten die essentieel zijn voor de geloofsbeleving en het leven in de gemeenschap van 17 monniken in de Sint-Sixtusabdij. Binnen die gemeenschap voert elke broeder zijn taak uit, net zoals gastenbroeder Jos ons verwelkomt, meeneemt op een korte rondleiding door de abdij en toont waar onze sober ingerichte kamer is. Bordjes wijzen erop dat de smartphone ook uitgeschakeld blijft in het gastenhuis; telefoneren kan in een aparte, voorbehouden, kamer.

Westvleteren Toegangspoort
De toegangspoort tot de Sint-Sixtusabdij en het gastenverblijf, die na onze ‘intrede’ voor 24 uren op slot ging.
Westvleteren toegangspoort
In het poortgebouw van de Sint-Sixtusabdij bevindt zich nu de ontspanningsruimte voor gasten die in de abdij verblijven.

Metrische, ritmische en synchrone koorzang

Weinig later worden wij in de kerk van de Sint-Sixtusabdij verwacht voor de vespers. Gebouwd in 1968 getuigt het interieur van een tijdloze elegantie en soberheid. Het a-typische plafond oogt als een scheepsromp die wordt gedragen door de brede blauwgrijze glas-in-lood ramen waardoor het zonlicht binnen priemt en de bakstenen muren verlicht. Houten altaar, lessenaar, brede stoelen en zitbanken sieren het geheel.
Broeder Jos reikt ons het Boek der Psalmen aan evenals een handleiding waarin wordt vermeld welke psalmen worden gezongen tijdens de opeenvolgende getijdengebeden.
Monniken schrijden één voor één binnen nadat zij hun witte kovel met kap hebben aangetrokken over hun wit habijt met zwarte scapulier.
Nadat een monnik de getijdenklok heeft geluid en een ander zich aan het orgel heeft gezet, wordt de eerste psalm ingezet. Alternerend tussen voorzanger en koor weergalmen de verzen en zorgt het ritmisch, metrisch en synchroon gezang voor sfeer en emotie. Naar het einde van elke psalm of religieuze tekst wordt rechtop gestaan, nederig en eerbiedig het hoofd gebogen en volgen enkele minuten stilte waarin de gezangen nazinderen of je even kan bezinnen en ‘resetten’.

Westvleteren abdijkerk
Gebouwd in 1968 wordt de kerk gekenmerkt door een stijlvol en sober interieur.
Westvleteren abdijkerk
Dak en plafond ogen als de boeg van een schip waarlangs het daglicht binnen valt.

Maaltijden in absolute stilte

Aansluitend op de vespers wordt het avondmaal genoten in het gastenhuis. Terwijl maaltijden doorgaans worden beschouwd als een gespreksmoment aan tafel verlopen die bij de monniken én onder de gasten in absolute stilte. Sporadisch fluistert er klassieke muziek op de achtergrond in de gastenrefter. Gesproken wordt er niet. Met een handgebaar, een discrete vingerwijzing of een hoofdknik worden schotels, borden en glazen doorgegeven of een mand met brood aangereikt. Lichaamstaal wordt opnieuw veel betekenend, net zoals de monniken nauwelijks met mekaar praten maar uit de pas van een medebroeder door de kloostergang ‘lezen’ hoe het met hem gaat.
Net als voor de monniken wordt er vegetarisch gekookt, zoals bepaald in de regel van Benedictus die stelt dat men zich onthoudt van het eten van vlees van viervoetige dieren. Vis wordt beperkt genuttigd. Uitzonderlijk mag een zieke monnik vlees eten om aan te sterken.
Eenvoudig middag- en avondmaal volstaan als matige hoofdmaaltijden die voorzien in voldoende energie. Evenzo laat de matigheid toe om hierbij, naar keuze, een glas refterbier (Trappist Westvleteren Blond) te drinken in plaats van water. De maaltijd wordt afgesloten met een kort gebed, waarna de tafels worden afgeruimd en de vaat gezamenlijk wordt gedaan, eveneens in absolute stilte. Alles wordt keurig opgeborgen en de tafels worden reeds gedekt voor de volgende maaltijd.

Westvleteren refter
Na het avondmaal wordt de ontbijttafel in de refter al gedekt voor de volgende ochtend.
Westvleteren stiltetuin
Net zoals in de abdijgebouwen geldt er ook in de abdijtuin een absolute stilte.

Genieten van kleine dingen

Na een korte onderbreking, in een stilte waaraan je stilaan went, keren wij tegen half acht terug naar de kerk voor de completen of het avondgebed. Opnieuw weerklinken diverse psalmen volgens het voorgaande scenario. Alvorens weer te keren naar het slotklooster en de respectieve cellen zegent abt broeder Manu de monniken individueel met zijn wijwaterkwast. Nadat de gasten zijn gezegend trekt ook de abt zich terug en sluit de toegangsdeur naar het claustrum.
In de ontspanningsruimte van het gastenhuis mogen wij nog even verpozen, stilletjes met mekaar praten en genieten van een Trappist Westvleteren 8 alvorens te gaan slapen.
Dat je in absolute stilte meer gaat genieten van de kleine dingen bewijzen een ‘suskewiet’-vink en een merel die rond 21u hun laatste deuntjes fluiten alvorens zij de nacht ingaan en de abdij wordt ondergedompeld in een onmetelijke nachtelijke rust.

Westvleteren toegang gastenverblijf nacht
Rond 3.30u trekken wij de deur van het gastenverblijf achter ons dicht.
Westvleteren pad naar kerk
In het holst van de nacht begeven wij ons naar de kerk voor de nachtwake.

Nachtwake met gedoofde lichten

Kort na 3.30u wordt die verstoord door wat gebons op de deur. Tijd om op te staan voor de nachtwake. Nog half slapend dolen wij door de stiltetuin waar de rust slechts wordt verstoord door het gekraak van de kiezelsteentjes onder onze schoenzolen.
Sfeervol verlicht door de paaskaars en enkele spots straalt de kerk rust uit. Enkele monniken hebben reeds plaats genomen op een bank, anderen schrijden een voor een binnen. Na een eerste nocturne met psalmen worden de lichten gedoofd voor het stiltegebed. Sommige monniken knielen daarvoor, anderen trekken de kap van de witte kovel over hun neergebogen hoofd. Een halfuur later licht het interieur terug op en volgt de tweede nocturne tot zowat half zes ‘s ochtends. Tot aan het ontbijt, eveneens in stilte, volgt schrijf-, lees- of studietijd terwijl sommige monniken al starten met een deel van hun dagtaak.

In een brede kring rond het altaar

Tegen negen uur worden alle aanwezige monniken en gasten opnieuw in de kerk verwacht voor de eucharistieviering die zich op enkele aspecten wat anders voltrekt dan een klassieke misviering. Voor offerande en communie nodigen de monniken je uit om samen met hen in een brede cirkel rond het altaar te staan. Het Onze Vader wordt gebeden met opgeheven handen. Een monnik brengt je met een handdruk de vredeswens over en die geef je door aan de persoon naast jou.
Omdat men weet dat gasten die de eucharistieviering bijwonen zowel meer als minder praktiserende katholieken zijn dan wel gelovigen van andere godsdiensten en atheïsten kan wie geen communie wil ontvangen dat discreet aangeven door de handen op de borst te houden. Na de communie wordt aan wie het wil ook de gelegenheid geboden om de gezegende wijn uit de kelk tot zich te nemen.
Er wordt overigens ook nooit, vooraf noch nadien, gepeild naar je geloofsovertuiging. Die houding kadert binnen de gastvrijheid en de openheid ten aanzien van de gasten die in de abdij verblijven.

Westvleteren afhaalpunt
Toegangspoort voor wie Trappist Westvleteren wil afhalen aan de abdij, met op de achtergrond rechts de toegang tot de abdij en het gastenverblijf.
Westvleteren omgeving
Om het zicht op de omgeving te bewaren, worden abdijgronden aan landbouwers verhuurd en mag er ook geen maïs op worden geteeld.

Monniken actief betrokken in de brouwerij

De monniken van de Sint-Sixtusabdij brouwen sinds 1839 om in eigen behoeften te voorzien zonder commerciële doelstellingen en ter ondersteuning van mensen in nood.
Broeder Joris, broeder Willem en negen leken staan samen in voor de productie van het bier. Medewerkers van het maatwerkbedrijf Westlandia helpen bij het bottelen en het verpakken van de flessen. Wanneer hun dagtaak erop zit, nemen zes monniken hun taak over waarbij één monnik ook het afhaalpunt bemant”, geeft broeder Joris aan. “De laatste jaren hebben wij heel wat stappen vooruit gezet en de brouwerij volop geprofessionaliseerd dankzij de aanwerving van gespecialiseerde medewerkers voor onder andere het brouwen en de kwaliteitscontrole”.

Westvleteren bottelen
Om de andere week wordt een brouwsel dat uit de lagertanks komt gebotteld, zoals hier de ‘groene’ Trappist Westvleteren Blond.
Westvleteren kratten
Voor het afvullen en op paletten plaatsen van de kratten worden medewerkers van maatwerkbedrijf Westlandia ingeschakeld.

“In 2025 hebben wij 7.972 hectoliter gebrouwen, verspreid over 57 brouwdagen. Bijna 60% van de productie is Trappist Westvleteren 12 (10,2 %vol.) , Trappist Westvleteren 8 (8 %vol.) en Trappist Westvleteren Blond (5,8 %vol.) tekenen elk voor zo’n 20%. Voor het opstellen van de jaarlijkse productieplanning houden wij ook rekening met religieuze feestdagen en periodes, zoals de Goede Week of de retraite, tijdens dewelke er niet wordt gebrouwen. Gemiddeld brouwen wij vijf dagen per maand, meestal is dat twee dagen gedurende één week terwijl wij de daaropvolgende week het bier bottelen.
Dat is dan wel ander bier dat al tussen 5 en 12 weken heeft gerijpt.”

Westvleteren oude roerkuip
De oude brouwzaal van Westvleteren bleef in dienst tot begin 1990.
Westvleteren nieuwe brouwzaal
In 1990 werd een nieuwe brouwzaal in gebruik genomen die weldra verder wordt geautomatiseerd.

Tijd is het hoofdingrediënt van Trappist Westvleteren

“Eigenlijk is het hoofdingrediënt van onze bieren tijd”, treedt algemeen directeur Alain Monteyne bij. “Trappist Westvleteren 8 en 12 worden meestal twaalf weken gelagerd, de Trappist Westvleteren Blond doorgaans vijf weken. Na het afvullen, hergisten onze trappistenbieren dan nog twee weken op fles in de warme kamers. De bieren worden nauwgezet gecontroleerd in het moderne labo waarover wij sinds kort beschikken en er volgt ook altijd een tweede controle in het labo van Westmalle dat ook de gist levert voor de Westvleteren-trappistenbieren”.

Westvleteren open gistkuip
De trappistenbrouwerij van Westvleteren is één van de weinigen in België die nog beschikt over open gistkuipen. – Foto Trappist Westvleteren.
Westvleteren gist
Voor de vergisting van Trappist Westvleteren wordt gebruik gemaakt van de gewaardeerde gist van Trappist Westmalle.
Westvleteren lagertanks
Afhankelijk van het gebrouwen biertype vertoeft het bier tussen vijf en twaalf weken in de lagertanks.
Westvleteren warme kamers
Na het bottelen verblijven de Trappist Westvleteren-bieren nog twee weken in de warme kamers.

“Of het bier mag worden verkocht beoordelen wij uiteindelijk tijdens een proefsessie. Alvorens een batch vrij te geven, proeven wij twee flessen, één die een halfuur na de start van het bottelen werd gevuld en één die op het einde werd gebotteld. Onze bieren moeten echt wel op punt staan alvorens wij het vrijgeven. Er mogen geen ‘stekels’ meer aanzitten, het moet mooi in balans zijn”, beklemtoont broeder Joris.
“Eigenlijk is het hoofdingrediënt van onze bieren tijd”, treedt algemeen directeur Alain Monteyne bij. “Na het afvullen, hergisten onze trappistenbieren twee weken op fles in de warme kamers. Trappist Westvleteren 8 en 12 worden meestal twaalf weken gelagerd, de Trappist Westvleteren Blond doorgaans vijf weken. De bieren worden nauwgezet gecontroleerd in het moderne labo waarover wij sinds kort beschikken en er volgt ook altijd een tweede controle in het labo van Westmalle dat ook de gist levert voor de Westvleteren-trappistenbieren”.

Trappist Westvleteren
Voor het uitschenken van een Trappist Westvleteren laat je het glas op tafel staan en ga je met de fles hoger of lager om de schuimkraag te creëren.
Trappist Westvleteren
Keurig uitgeschonken met de typische, dichte, romige schuimkraag. Klaar om ervan te genieten, in stilte.

Waarom brouwen monniken?

Waarom brouwen monniken bier? Voor veel Belgen is het haast evident omdat het al decennia lang zo is, maar voor buitenlanders, en zeker voor Aziaten is het dat veel minder. Vanuit het boeddhisme kennen zij hoofdzakelijk bedelmonniken aan wie je geld of geschenken geeft opdat zij voor jou zouden bidden.
Trappistenmonniken leven evenwel niet om te brouwen. Voor hen is het al eeuwenlang een middel om te voorzien in hun levensonderhoud, net zoals andere (trappisten-)abdijen soms landbouwactiviteiten hebben, een kaasmakerij bezitten, confituren, wijnen, koekjes of liturigische gewaden maken.
“Het brouwen gaat voor ons terug tot de vijfde, zesde eeuw toen het ons werd toegelaten om over te schakelen op de drank van streek wanneer wij niet, zoals in Zuid-Europa, aan wijnbouw konden doen en het water zo goed als ondrinkbaar was”, vertelt broeder Joris. “Wij leven ook van het werk dat wij met onze handen verrichten. In 1998 werden de landbouwactiviteiten stopgezet en hebben wij ervoor gekozen om de brouwerij te behouden als bron van inkomsten om te kunnen leven als monnik. Wij proberen daarin zoveel als mogelijk zelfvoorzienend en zelfbedruipend te zijn. Bovendien streven wij in onze ascese of levenswijze een duurzame benadering op lange termijn na, wat een totaal andere insteek is van het economisch plaatje. Ook is onze houding er één van een gematigd leven. Wanneer wij al eens bier drinken, is dat ons refterbier Trappist Westvleteren Blond. Lang niet alle monniken drinken een glas bij de maaltijd, hoogstens vier monniken nuttigen al eens een glas. De Trappist Westvleteren Blond of 8 bieden wij aan onze bezoekers of familieleden die wij eens per twee maanden mogen ontvangen. Van de Trappist Westvleteren 12 neem ik slechts een slokje tijdens de proefsessie om er zeker van te zijn dat ons trappistenbier van uitstekende kwaliteit is wanneer wij het goedkeuren voor verkoop”.

Laurens Debyser, Alain Monteyne en Broeder Joris van Westvleteren
Kwaliteitsverantwoordelijke en hoofdbrouwer Laurens Debyser, algemeen directeur Alain Monteyne en broeder Joris keuren enkele Trappist Westvleteren-bieren alvorens die worden vrijgegeven voor verkoop.