Waarom brouwen monniken?

Facebook
X
LinkedIn
WhatsApp

Een heel moeilijk te beantwoorden vraag tegenover Boeddhisten. Bij hen geef je geschenken of geld aan monniken en in ruil bidden zij ervoor dat je een beter leven mag hebben in het hiernamaals. Maar bier brouwen, is nog wel iets anders.
In het christendom leven, bidden en werken monniken samen in stilte, net zoals dat al zoveel eeuwen gebeurt. Zij brengen het grootste deel van de dag in stilte door. Dat is niet makkelijk, maar in combinatie met de regelmaat van het leven in de abdij en de sterke band in de abdijgemeenschap zorgt de stilte ervoor dat ze tot bezinning komen. Dat doen ze via het gebed, maar ook door arbeid, want ze volgen de regel van Benedictus (480-547), die luidt ‘Ora et Labora’ (‘Bid en werk’’). Benedictus vond immers dat monniken moeten instaan voor hun eigen levensonderhoud omdat arbeid ook bijdraagt tot persoonlijke ontwikkeling en spirituele groei.
Dat monniken zijn gaan brouwen, is niet zo verwonderlijk als het op het eerste gezicht lijkt. De meeste abdijen bevonden zich in oorspronkelijk vrij onherbergzame regio’s met schrale grond. Denk maar aan Westvleteren (moerasgebied), Westmalle (zandgrond) of de Ardennen (rotsgrond). Monniken zijn die gronden gaan droogleggen, ontginnen of gebruiksklaar maken. Het eerste gewas dat werd geteeld, was meestal gerst omdat het gedijt in arme grond. Gerst was toen ook het graan waarmee je brood bakte maar je kon er ook bier mee brouwen. De draf die overblijft van het brouwproces was erg voedzaam veevoeder waardoor je ook koeien kon houden. Die gaven op hun beurt melk waarvan je kaas kon maken. Zo evolueerden abdijen tot een kleine kringloop-economie die zelfvoorzienend was en die voorzag in het eigen levensonderhoud.
De Regel van Benedictus (516) liet toe dat monniken ‘één maat wijn per dag’ mochten drinken en dat zij niet mochten mopperen als er geen wijn beschikbaar. Omdat wijnbouw in onze streken toen klimatologisch faalde, mocht men overschakelen op de drank van de streek wanneer het water ondrinkbaar of ongezond was. Het alternatief was dan kiezen tussen bier of melk, maar voor dat laatste had je al koeien nodig. Vandaar de keuze voor bier.
Zelf brouwen was voor de monniken ook interessanter dan wanneer zij bier moesten aankopen bij derden, het transport daarvan moesten betalen, en dikwijls ook geconfronteerd worden met tolgelden om bepaalde hertogdommen te doorkruisen. In de abdijen genoten zij vaak van een accijnsvrijstelling om zelf te brouwen.
Voor alle duidelijkheid, in het boeddhisme werken monniken werken ook wel binnen het kloosterleven maar het gaat dan veeleer om koken, schoonmaken, tuinieren, tempels onderhouden en lesgeven. Van handenarbeid of beroepen waarmee men rijkdom kon vergaren, is evenwel geen sprake omdat het hen van het spirituele pad zou leiden.