Je ziet Sinterklaas of de kerstman wel eens met een rietje van een glas bier drinken. Zelfs de Sumeriërs deden het al millennia geleden.
Als Sinterklaas of de kerstman, al dan niet stiekem, al eens met een rietje van een pintje drinken, dan is het omdat zij hun stevige, golvende baard niet willen bevuilen en ontsieren met schuim.
De Sumeriërs dronken ook al bier met een rietje en samen met anderen lurken aan bier uit een grote karaf was toen zelfs een sociaal gebeuren.
De eerste rietjes werden gebruikt door de Sumeriërs, vermoedelijk om er helder bier mee te kunnen drinken. Het toenmalige bier is niet vergelijkbaar met wat wij nu drinken. Het was veeleer een dikke brij vol zwevende graandeeltjes en bijproducten van het brouwproces. Dit was geen bier dat je zomaar kon inschenken en waaraan je zalig kon nippen. Het bier, vaak gemaakt van gerst of emmertarwe, onderging een fermentatieproces waardoor het rijk was aan residuen. Door het gebrek aan geavanceerde filtermethoden bleven deze vaste bijproducten in de drank achter, waardoor directe consumptie een korrelige, en wellicht onaangename, ervaring was. Om die klonterige vloeistof echt drinkbaar te maken, bedachten de Sumeriërs een ingenieuze oplossing: rietjes.
Moeten Sinterklaas en kerstman het stellen met een bamboe- of kartonnen rietje, dan werden de Sumeriërs verwend met een gouden buis ingelegd met de kostbare azuurblauwe ondoorzichtige steen ‘lapis lazuli’. Archeologen hebben grote bierpotten opgegraven met meerdere rietjes die uit de rand staken. Die Sumerische rietjes waren lange, handgemaakte buizen van materialen zoals riet of edelmetalen, bestemd voor de elite.
In 1897 ontdekten archeologen tijdens opgravingen in een oude grafheuvel nabij Maikop in Rusland acht buizen van goud en zilver. Elke buis was meer dan een meter lang en had een diameter van ongeveer een halve centimeter. Aanvankelijk dacht men dat die buizen een vorm van scepters waren maar toen men vaststelde dat zij hol waren, opperde men dat het steunpijlers waren waarin baldakijnen en ornamenten werden geprikt.
Pas veel later kwam men erachter dat het rietjes waren om bij de vloeistof – het vloeibare goud – te komen, tussen de drijvende resten in de bovenlaag en het bezinksel op de bodem. Aanvullend beschikten zij zelfs over kleine zeefjes om te vermijden dat men al die restproducten zou binnenspelen.
De rietjes waren niet louter functioneel. Zij creëerden ook het ritueel om samen een karaf of amfoor bier te ledigen, net zoals men nu samen een glas gaat drinken. Het samen drinken van bier was een middel om een gevoelen van samenhorigheid en verbondenheid te bevorderen. Bier speelde overigens een belangrijke rol in de Sumerische samenleving. Het was ook een middel dat – vanwege zijn hoge voedingswaarde – werd geruild voor edele metalen, stenen of hout. Arbeiders werden ermee betaald voor hun werk en ook ‘internationaal’ werd het diplomatiek benut in commerciële én politieke relaties.